ECLI:NL:RBAMS:2017:793

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 februari 2017
Publicatiedatum
13 februari 2017
Zaaknummer
13/728198-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 248b Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige prostituee

De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht met een minderjarige prostituee op of omstreeks 11 februari 2014. Verdachte had via een advertentie contact gelegd met de minderjarige die zich voordeed als meerderjarig en een afspraak gemaakt voor seksuele handelingen.

Tijdens de zitting erkende verdachte de afspraak en het bezoeken van het afgesproken adres, maar ontkende dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. De officier van justitie betoogde dat uit telefoonverkeer bleek dat verdachte bereid was meer te betalen en dat de verklaring van verdachte ongeloofwaardig was. Ook verklaarde het meisje bij de rechter-commissaris dat zij altijd seks had met klanten.

De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende wettig bewijs was dat de seksuele handelingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. De enkele verklaring van het meisje en het feit dat verdachte de afspraak ontkende, maakten dat de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen achtte. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ontucht met minderjarige prostituee.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/728198-15 (Promis)
Datum uitspraak: 14 februari 2017
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats]

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 18 oktober 2016 en 31 januari 2017.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.F. de Boer, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. P.A.Th. Lemmers, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 11 februari 2014 in de gemeente Diemen, in elk geval elders in Nederland ontucht heeft gepleegd met [naam] , geboren op [geboortedatum] 1996 die zich (onder de werknaam " [werknaam] " en/of " [werknaam 1] ") beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, welke ontucht bestond uit
- het aanraken en/of betasten en/of voelen van de borsten en/of de vagina van die [naam] en/of
- het doen aanraken van en/of doen wrijven over en/of doen trekken aan zijn, verdachtes, penis door die [naam] en/of
- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis in de vagina en/of de anus van die [naam] en/of
- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam] .

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Vrijspraak

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie – het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte dient daarvan te worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Uit het dossier kan worden opgemaakt dat verdachte op 11 februari 2014 via www.seksjobs.nl heeft gereageerd op een advertentie van de minderjarige [naam] , die zich in de advertentie aanbood als de negentienjarige ‘ [werknaam 1] ’.
Verdachte heeft ter terechtzitting van 31 januari 2017 erkend dat hij de afspraak heeft gemaakt en dat hij naar het afgesproken adres is gereden. Volgens verdachte is het toen echter niet tot seks gekomen omdat het meisje dat hij aantrof opeens een veel hoger bedrag vroeg dan was afgesproken. Ze vertelde hem dat hij om de hoek van het gebouw kon pinnen. Verdachte vertrouwde het naar eigen zeggen niet en is vertrokken.
Volgens de officier van justitie komt de verklaring van verdachte leugenachtig en ongeloofwaardig over. Uit het telefoonverkeer blijkt volgens de officier van justitie dat verdachte bereid was om voor bepaalde handelingen meer te betalen. De verklaring van verdachte dat hij op het afgesproken adres is geweest en is vertrokken zonder seks te hebben gehad heeft verdachte eerst ter terechtzitting afgelegd. Bij de politie kon hij zich niets herinneren. ‘ [werknaam 1] ’ heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij altijd wel seks had met klanten. De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat wel seksuele handelingen, in ieder geval pijpen heeft plaatsgevonden en dat daarmee de ontucht bewezen kan worden verklaard.
Anders dan de officier van justitie en met de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende wettig bewijs bestaat voor de ten laste gelegde ontucht. Uit de sms’jes en telefoongesprekken blijkt wel van een afspraak , maar er is geen bewijsmiddel waaruit blijkt dat deze afspraak daadwerkelijk doorgang heeft gevonden, terwijl verdachte het doorgaan van de afspraak ter zitting heeft ontkend. De enkele omstandigheid dat ‘ [werknaam 1] ’ heeft verklaard dat zij (voor zover zij zich herinnerde) altijd wel seks had met klanten maakt dit niet anders, reeds omdat daaruit niet zonder meer volgt dat verdachte daadwerkelijk een klant van haar is geweest. Nu er aldus geen bewijs is voor daadwerkelijk seksueel contact, is de vraag of verdachtes verklaring al dan niet geloofwaardig is, niet meer relevant. Immers kan een gebrek aan geloofwaardigheid bij die stand van zaken niet tot bewezenverklaring leiden.

5.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. M.R. Jöbsis en F.W. Pieters, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. Heijnen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 februari 2017.