ECLI:NL:RBAMS:2017:7861
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot diefstal met geweld in jeugdstrafzaak
Op 3 maart 2016 vond een incident plaats waarbij verdachte en medeverdachten zich gewelddadig gedroegen tegenover het slachtoffer op de Nieuwendijk te Amsterdam. Verdachte werd beschuldigd van poging tot diefstal met geweld en poging tot afpersing. De rechtbank onderzocht of het gebruikte geweld diende om goederen van het slachtoffer te verkrijgen.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, verdachte, medeverdachten en getuigen, alsmede camerabeelden. De verklaringen waren echter inconsistent en deels beïnvloed door onderlinge communicatie binnen de vriendengroep van het slachtoffer. Er was onvoldoende overtuigend bewijs dat het geweld gericht was op het verkrijgen van goederen.
De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Verdachte ontkende de intentie tot beroving en het dossier bevatte zelfs ontlastend materiaal, waaronder verklaringen dat verdachte probeerde te bemiddelen en de medeverdachten bij het slachtoffer wegduwde.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het geweld gericht was op diefstal of afpersing.