ECLI:NL:RBAMS:2017:6993

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 september 2017
Publicatiedatum
26 september 2017
Zaaknummer
RK 17/5327
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klaagschrift ex artikel 164 lid 8 Wegenverkeerswet 1994 betreffende de inhouding van het rijbewijs

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 1 september 2017 uitspraak gedaan in een klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Het klaagschrift was ingediend door de klager, die zijn rijbewijs had verloren na een snelheidsovertreding op 12 augustus 2017. Klager had op die datum de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur overschreden met 58 kilometer per uur, terwijl er wegwerkzaamheden aan de gang waren. Klager stelde dat hij zijn rijbewijs dringend nodig had voor zijn werk als taxichauffeur, waarvoor hij recentelijk zijn chauffeursdiploma had behaald en zijn taxipas geldig was. De officier van justitie verzette zich tegen de teruggave van het rijbewijs, verwijzend naar de ernst van de overtreding en de mogelijkheid van een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid in de toekomst.

De rechtbank oordeelde dat de inhouding van het rijbewijs rechtmatig was, maar dat rekening moest worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van klager. De rechtbank verklaarde het beklag gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs voortduurde na 11 september 2017. Klager kreeg de opdracht om zijn rijbewijs terug te ontvangen met ingang van deze datum. De rechtbank benadrukte dat de officier van justitie de mogelijkheid had om op een later moment een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen, die de duur van de inhouding zou kunnen overschrijden.

Deze beslissing werd genomen door mr. P.B. Martens, rechter, in aanwezigheid van E.J.M. Veerman, griffier, en werd openbaar uitgesproken op 1 september 2017. Klager heeft het recht om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 96.156714-17
RK: 17/5327
Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [woonadres] ,
domicilie kiezend [adres]
,
klager.

De procesgang

Het klaagschrift is op 24 augustus 2017 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank.
De rechtbank heeft op 1 september 2017 klager, zijn raadsvrouw en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.

De inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.
Klager heeft in zijn klaagschrift en in aanvulling daarop in openbare raadkamer betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk. Hij heeft op 15 juni 2017 zijn chauffeursdiploma gehaald en zijn taxipas is geldig vanaf 30 juni 2017. Klager is op 12 juli 2017 in dienst getreden bij [taxibedrijf] en zou 5 dagen per week zijn werkzaamheden als taxichauffeur uitvoeren. Op weg naar zijn eerste rit is klager op 12 augustus 2017 staande gehouden op de Leeuwarderweg te Amsterdam op verdenking van een snelheidsovertreding. Klager mocht op deze weg 70 kilometer per uur rijden, maar vanwege wegwerkzaamheden was dit verlaagd naar 50 kilometer per uur.
Als klager zijn werkzaamheden niet zeer spoedig kan hervatten heeft dat directe gevolgen voor zijn arbeidsovereenkomst. Als hij wordt ontslagen kan hij niet langer in zijn levensonderhoud voorzien.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klager. Zij heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van een forse snelheidsovertreding en dat gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de recente recidive van klager, rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van veroordeling door de rechter dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking, een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd van langere duur dan de tijd gedurende die het rijbewijs is ingevorderd en ingehouden geweest. Het persoonlijk belang van klager weegt niet op tegen het algemeen belang, waaronder de verkeersveiligheid, dat met verdere inhouding is gediend.

De beoordeling

Tegen klager is op 12 augustus 2017 proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd te Amsterdam, Nieuwe Leeuwarderweg op 12 augustus 2017 te 20.30 uur.
Het proces-verbaal houdt in dat klager de maximumsnelheid, aangegeven door bord model A1, met opschrift: 50, na wettelijke correctie heeft overschreden met 58 kilometer per uur.
Er was sprake van wegwerkzaamheden, waarbij bord model J16 van het RVV 1990 was geplaatst. Er was dus sprake van een gewijzigde wegsituatie die een gevaarscheppend element kan opleveren. Hoewel rijstrook 1 was afgezet middels chicane met barriers en er gele belijning aanwezig was, werd er op dat moment niet daadwerkelijk gewerkt.
Op 12 augustus 2017 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd.
Op 16 augustus 2017 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs uiterlijk – vier maanden – tot 10 december 2017 wordt ingehouden.
Uit het uittreksel justitiële documentatie van 25 augustus 2017 blijkt dat aan klager op 21 juli 2017 bij strafbeschikking een geldboete van € 650,- is opgelegd voor artikel 62 jo bord A1 RVV 1990, gepleegd op 1 juni 2017 (OH 21 juli 2017).
Op 25 oktober 2017 zal een zogeheten OM telehoren zitting plaatsvinden. De oproeping voor deze zitting is op 16 augustus 2017 naar klager verzonden (volgens GPS).
De rechtbank overweegt het volgende.
De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, nu het vermoeden bestaat dat klager de maximumsnelheid met 50 kilometer per uur of meer heeft overschreden en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.
Ondanks de ernst van het feit waarvan klager wordt verdacht en het strafblad van klager, moet gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd, korter dan de tijd die het rijbewijs ingevorderd en ingehouden zal zijn geweest. Het beklag dient dan ook gegrond te worden verklaard, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 11 september 2017.
Dit laat onverlet de mogelijkheid voor de officier van justitie om op 25 oktober 2017 alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen die de duur van inhouding overtreft dan wel een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) boete of taakstraf.

De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 11 september 2017.
De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager, met ingang van 11 september 2017.
Deze beslissing is gegeven door
mr. P.B. Martens, rechter,
in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2017.
Tegen deze beslissing staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.