De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een in Nederland verblijvende persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van mei 2017. De opgeëiste persoon wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen volgens Belgisch recht. De rechtbank bevestigde de identiteit en nationaliteit van de opgeëiste persoon en stelde vast dat de feiten ook strafbaar zijn onder Nederlands recht.
De rechtbank onderzocht de garanties voor het ondergaan van een eventuele vrijheidsstraf in Nederland, zoals vereist bij overlevering van een Nederlandse onderdaan, en achtte deze voldoende. De raadsman voerde een weigeringsgrond aan wegens de persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon en het reeds gevoerde onderzoek in Nederland, maar dit verweer werd verworpen.
Vanwege ernstige zorgen over de detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen, gebaseerd op een recente openbare verklaring van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT) en andere bronnen, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en het verzoek voorlopig aan te houden. De officier van justitie krijgt de opdracht om nadere informatie op te vragen bij de Belgische autoriteiten over de detentieomstandigheden en de gevolgen van overbevolking. De zaak wordt op een later tijdstip voortgezet.