Op 1 augustus 2017 heeft de rechtbank Amsterdam een tussenuitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek tot overlevering van een in Nederland verblijvende persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Het EAB, uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in Antwerpen, betreft strafrechtelijke verdenkingen van deelneming aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen. De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en de dubbele strafbaarheid van de feiten bevestigd.
De rechtbank heeft de garantie ontvangen dat, indien de opgeëiste persoon in België onherroepelijk tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld, deze straf in Nederland kan worden uitgezeten. Echter, vanwege zorgen over de detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen, waaronder overbevolking en mogelijke schendingen van mensenrechten zoals gerapporteerd door het Europees Comité voor de Preventie van Foltering, heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst.
De officier van justitie krijgt de opdracht om nadere informatie in te winnen bij de Belgische autoriteiten over de detentieomstandigheden en de gevolgen daarvan voor de opgeëiste persoon. De zaak wordt aangehouden totdat deze informatie beschikbaar is, waarna de rechtbank de behandeling zal hervatten.