De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 juli 2017 het verzoek tot overlevering van een in Nederland verblijvende persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 5 mei 2017. De opgeëiste persoon wordt verdacht van betrokkenheid bij een criminele organisatie die cocaïne invoert vanuit Zuid-Amerika.
De verdediging voerde onder meer persoonsverwisseling en ongenoegzaamheid van het EAB aan, maar deze verweren werden door de rechtbank verworpen. Ook de strafbaarheid van de feiten en de terugkeergarantie voor het ondergaan van een eventuele straf in Nederland werden bevestigd.
Vanwege zorgen over de detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen, mede gebaseerd op een openbare verklaring van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT), besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en het verzoek tot overlevering voorlopig aan te houden totdat meer informatie over de detentieomstandigheden is verkregen.
De rechtbank schorst het onderzoek en beveelt de officier van justitie aan om nadere navraag te doen bij de Belgische autoriteiten. Een nieuwe zitting zal worden bepaald zodra deze informatie beschikbaar is.