Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.De inhoud van het bezwaarschrift
3.De beschikking van de rechter-commissaris
4.Het standpunt van de verdediging
5.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
6.De beoordeling
7.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de rechter-commissaris om het verzoek tot het horen van twee getuigen af te wijzen. Deze getuigen zouden verklaren over de druk die verdachte zou hebben ervaren, hetgeen relevant zou zijn voor zijn verdediging in een zaak over leidinggeven aan valsheid in geschrifte.
De rechtbank heeft in besloten raadkamer het bezwaarschrift behandeld en de standpunten van de verdediging en het Openbaar Ministerie gehoord. De verdediging stelde dat de getuigenverhoren noodzakelijk zijn om de context van de gedragingen van verdachte te schetsen en zijn verhaal compleet te maken.
Het Openbaar Ministerie betoogde dat niet duidelijk is wie de druk heeft uitgeoefend en dat de getuigen geen deskundigen zijn die een strafuitsluitingsgrond kunnen onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat verdachte zelf het beste kan verklaren over de ervaren druk en dat het horen van de getuigen geen wezenlijke bijdrage levert aan de beoordeling van de zaak.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de weigering om twee getuigen te horen wordt ongegrond verklaard.