Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager verzocht de rechtbank om teruggave van zijn in beslag genomen hond, een Amerikaanse bull, nadat deze op 7 maart 2017 een andere hond meermalen had gebeten. De hond was zonder aanlijnplicht losgelaten en reageerde niet op commando's of pijnprikkels tijdens het incident. De politie moest pepperspray en water gebruiken om de hond los te krijgen.
Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen teruggave omdat het niet ondenkbaar is dat de hond verbeurd wordt verklaard of aan het verkeer wordt onttrokken. Een deskundige van de Universiteit Utrecht voerde een gedragstest uit en concludeerde dat de hond een hoog agressieniveau vertoonde, met een lage bijtdrempel en een genetische aanleg voor agressie, en adviseerde euthanasie.
De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de hond zal verbeurd verklaren of onttrekken aan het verkeer. Gezien het rapport en het verhandelde in raadkamer werd het klaagschrift ongegrond verklaard. Klager kan nog in cassatie bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de teruggave van de hond wordt geweigerd vanwege het belang van strafvordering.