Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
non-prosecution-beginsel. De raadsman heeft betoogd dat verdachte zelf slachtoffer is van mensenhandel door medeverdachte [medeverdachte] en vanuit die hoedanigheid als rechtstreeks gevolg daarvan gedwongen of bewogen is tot het plegen van de strafbare feiten. Vervolging had haar bespaard moeten blijven om secundaire victimisatie te voorkomen. De raadsman heeft onder meer verwezen naar de zevende rapportage van de nationaal rapporteur mensenhandel en de richtlijn 2011/36/EU (hierna: de richtlijn). Slachtoffers van mensenhandel mogen niet vervolgd worden voor strafbare feiten die een rechtstreeks gevolg zijn van mensenhandel. Lidstaten moeten maatregelen nemen ter voorkoming van secundaire victimisatie.
non-punishmentof
non-prosecution. De raadsman heeft aangevoerd dat uit de richtlijn niet volgt dat met aangenomen slachtofferschap slechts in de strafmaat rekening kan worden gehouden.
4.Waardering van het bewijs
1°, 3°, 4°, 6° en 9°, van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden bewezen.Kort gezegd heeft de officier van justitie gesteld dat de verdachte samen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] aangeefster heeft gedwongen in de prostitutie te werken en hen te bevoordelen met de opbrengsten daarvan. Zij heeft daarbij verwezen naar de verklaringen van aangeefster, verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , verklaringen van getuigen, politieregistraties, kamerverhuurgegevens, facebookgesprekken en overboekingsgegevens van Western Union. Meerdere getuigen hebben verklaard dat verdachte samen met medeverdachte en aangeefster naar Oostenrijk is gegaan. Aangeefster is daar werkend in een bordeel aangetroffen. Ten aanzien van het medeplegen wijst de officier van justitie op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] dat hij en verdachte leefden van het geld van aangeefster. Er bestond aldus een nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot het aannemen van het geld van aangeefster. Het geld is bovendien overgemaakt aan haar eigen familie. Dat al dit geld door is gegeven aan de familie van medeverdachte [medeverdachte] , zoals verdachte stelt, is niet aannemelijk. De zus van verdachte heeft verklaard dat zij eenmaal een klein bedrag aan de familie van medeverdachte [medeverdachte] heeft gegeven, maar ze weet niet of overige familieleden dat ook hebben gedaan.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
battered woman syndrom.Zij kan daar niet strafrechtelijk verantwoordelijk voor gehouden, aldus de raadsman.
8.Motivering van de straf
van drie maanden, met aftrek van het voorarrest.
€ 5000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
10 (zegge: tien) maanden.
5 (zegge: vijf) maanden, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.