Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[adres] , [woonplaats] .
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
Hoe dan ook geldt dat verdachte zichzelf, door een minderjarige prostituee te bezoeken, in een positie heeft gebracht waardoor hij zich nu geconfronteerd ziet met een vervolging en berechting. Het openbaar ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
De wetgever heeft beoogd de minderjarige, het kind, te beschermen tegen seksueel misbruik. Een klant van een minderjarige prostituee draagt bij aan de aantasting van de integriteit van de minderjarige en aan de negatieve gevoelens waar minderjarige slachtoffers nog lange tijd last van kunnen hebben. Dat er geen sprake is geweest van enige vorm van dwang en dat het slachtoffer met de seksuele handelingen heeft ingestemd, is geen relevante, strafmaat verlagende omstandigheid. Dat geldt ook voor het feit dat verdachte niet bewust op zoek is geweest naar een minderjarige. Wel van belang is dat er sprake is geweest van ontucht waarbij sprake is van binnendringen.
Wegens ‘ernstig plichtsverzuim’ is aan verdachte door zijn werkgever een disciplinaire maatregel opgelegd. Aan hem is een voorwaardelijk strafontslag opgelegd met een proeftijd van een jaar. Die proeftijd is inmiddels verstreken.
Met artikel 248b Sr is beoogd minderjarigen een doeltreffende strafrechtelijke bescherming tegen jeugdprostitutie te bieden.
- Zij bood prostitutiediensten aan via een advertentie op de internetwebsite [website] ;
- In deze advertentie stond, in strijd met de waarheid, vermeld dat zij 19 jaar was. Via een telefoonnummer op deze website konden klanten met haar in contact komen;
- Na telefonisch of sms-contact gaf zij het adres door van de woning waar de prostitutie plaats vond;
- Verdachte heeft gereageerd op deze internetadvertentie;
- Verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft getwijfeld aan haar meerderjarigheid;
- De bewezen verklaarde handelingen hebben bestaan uit seksueel binnendringen, hij is met zijn penis in haar vagina geweest;
- Het slachtoffer heeft geen aangifte gedaan.
In dit verband verwijst de rechtbank nog naar de door de Hoge Raad in zijn recente arrest van 24 januari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:66) geciteerde wetsgeschiedenis, waarin sprake is van een met artikel 22b Sr gezochte ‘balans tussen de richtinggevende rol van de wetgever en de straftoemetingsvrijheid van de rechter’. De rechtbank ziet niet in waarom de tekst van artikel 22b Sr deze balans niet zou weergeven. Naar het oordeel van de rechtbank dwingt de wetsgeschiedenis daartoe niet.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
één dag.
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
40 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen.
mrs. C. Klomp en F.W. Pieters, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,