Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 april 2015, met producties,
- de conclusie van antwoord van het Gewest, zonder producties,
- het tussenvonnis van 22 juli 2015 waarin een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal (houdende een minnelijke regeling) en het aanvullende inhoudelijke proces-verbaal van comparitie, beide van 11 november 2015, met de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
Artikel 20
3.Het geschil
4.De beoordeling
verkeerd argument (namelijk dat WKC een beroep deed op haar opschortingsbevoegdheid) gemotiveerd” en daarmee ook het motiveringsbeginsel geschonden, aldus WKC.
€ 904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)