Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de stichting Stichting Stadgenoot
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- dagvaarding van 26 april 2016 met producties van Stadgenoot;
- antwoord/ eis in reconventie met producties van [gedaagde] ;
- instructievonnis;
- repliek/antwoord met producties van Stadgenoot;
- dupliek/repliek met producties van [gedaagde] ;
- antwoordakte/dupliek in reconventie met producties Stadgenoot;
- rolbeslissing;
- dagbepaling vonnis.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten in conventie en in reconventie
“op basis van het CPI reeks alle huishoudens van het CBS”.
- dat de uitgifte is geschied onder de algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht 2000, vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam;
- dat alle rechten en verplichtingen van de gemeente Amsterdam in haar hoedanigheid van eigenaar overgaan op de erfpachter;
- 32 woningen per blok gedurende de eerste verhuurperiode zullen worden verhuurd als vrije sectorwoning in het middensegment, met een huurprijs van maximaal € 900,00 per maand
met een jaarlijkse indexering vanaf 1 juli 2013 volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde Consumentenprijsindex (CPI)(cursief nader te noemen: het huurprijsverhogingsbeding in de erfpachtakte).
Vordering en verweer in conventie
a. € 239,96 aan hoofdsom;
b. € 48,36 aan buitengerechtelijke incassokosten;
c. rente over de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding;
d. de proceskosten.
Vordering in reconventie
Beoordeling
– onweersproken – niet bekend bij [gedaagde] toen zij de huurovereenkomst aanging, dat in de erfpachtakte eveneens een huurprijsverhogingsbeding was opgenomen. Dit beding moet worden aangemerkt als een derdenbeding. Dat Stadgenoot dit in haar laatste akte ontkent is onbegrijpelijk, gezien de brief van Stadgenoot van 28 september 2015, haar eerdere stellingen en gezien de algemene bepalingen van de gemeente Amsterdam, waarvan niet is weersproken dat Stadgenoot daaraan is gebonden. Vast staat dat [gedaagde] dit derdenbeding heeft aanvaard. Daarmee is zij partij geworden bij dat beding (artikel 6:254 BW Pro).