Eisers hadden een exploitatievergunning gekregen voor een eethuis in een kiosk, maar deze vergunning werd na bezwaar van derde-partijen ingetrokken omdat de exploitatie niet voldeed aan het bestemmingsplan. Volgens het bestemmingsplan was horeca I (fastfood) niet toegestaan op de locatie, terwijl horeca IV (restaurantachtige bedrijven) wel was toegestaan. Eisers voerden aan dat zij geen fastfood verkochten en dat hun exploitatie onder horeca IV viel, maar de rechtbank oordeelde dat de kiosk alle kenmerken van horeca I vertoonde, zoals loketverkoop zonder zitplaatsen en een menu met snel te bereiden etenswaren.
Eisers beroepen zich op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, stellende dat zij gerechtvaardigd mochten vertrouwen op de verleende vergunning en dat vergelijkbare horecagelegenheden wel waren toegestaan. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat de vergunning nog niet onherroepelijk was en er een volledige heroverweging in bezwaar heeft plaatsgevonden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde vanwege onvoldoende onderbouwing en te late indiening van bewijs.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de vergunning heeft ingetrokken op grond van strijd met het bestemmingsplan en dat een belangenafweging in het voordeel van eisers niet aan de orde was. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.