Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
- het medeplegen van afpersing en/of het medeplegen van een diefstal met geweld, met als slachtoffer [slachtoffer 1] op 28 september 2015 te Overveen (feit 1, ZD3);
- het medeplegen van een diefstal met geweld, met als slachtoffer [slachtoffer 2] op 4 november 2015 te Weesp (feit 2, ZD4);
- de verkrachting van slachtoffer [slachtoffer 3] op 26 september 2015 in de gemeente Almere en daarnaast de diefstal met geweld van de tas van [slachtoffer 3] op
- het medeplegen van afpersing van het slachtoffer [slachtoffer 4] en het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld, met als slachtoffer [slachtoffer 5] op 12 november 2015 te Purmerend (feit 7 en 8, ZD7);
- het medeplegen van een woninginbraak aan de [adres 1] te Amsterdam, in de periode van 15 tot en met 16 november 2015 (feit 9, ZD9);
- het medeplegen van een woninginbraak aan de [adres 2] te Bussum, in de periode van 19 tot en met 22 oktober 2015, subsidiair het medeplegen van heling van een bankpas op 22 oktober 2015 te Amsterdam en daarnaast diefstal door middel van die bankpas, eveneens op 22 oktober 2015 te Amsterdam (feit 10 en 11, ZD11);
- het medeplegen van een diefstal met geweld, met als slachtoffer [slachtoffer 6] op 2 november 2015 te Amsterdam (feit 12, ZD13).
bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht, en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
imeinummer [nummer]heeft.
telefoonnummer [telefoonnummer]. Gebleken is dat dit nummer in de telefoon van verdachte [verdachte] staat opgeslagen onder de naam ‘ [bijnaam] ’. Deze iPhone is overigens buitgemaakt tijdens de inbraak in Bussum (feit 13).
telefoonnummer [telefoonnummer]. Verder is gebleken dat dit telefoonnummer in de telefoon van verdachte [verdachte] staat opgeslagen onder de naam ‘ [bijnaam] ’. Tijdens een verhoor heeft verdachte [verdachte] verklaard dat hij verdachte [naam verdachte 1] ‘ [bijnaam] ’ noemt.
telefoonnummer [telefoonnummer]gegeven als zijn nummer.
Fiat 500 Abarth met kenteken [kenteken], die sinds 28 november 2014 op naam stond van verdachte [naam verdachte 1] . Tijdens een verhoor op 17 november 2015 heeft verdachte [naam verdachte 1] verklaard dat de auto alleen op zijn naam stond, maar dat hij er niet in reed. [naam verdachte 1] is niet in het bezit van een rijbewijs B, nodig voor het besturen van een dergelijke auto.
telefoonnummer [telefoonnummer]. Dat telefoonnummer maakt het meest gebruik van de zendmast op de locatie [adres 3] te Amsterdam. Dat is ongeveer 500 meter van de woning van verdachte [naam verdachte 2] aan de Elisabeth Boddaertstraat 119 te Amsterdam. In de top tien van tegennummers staan telefoonnummers die te koppelen zijn aan de medeverdachten [naam verdachte 1] en [verdachte] . Bovendien peilt het telefoonnummer [telefoonnummer] op 1 oktober 2015 omstreeks 19.50 uur uit op de [adres 4] te Amsterdam, ongeveer 200 meter van de locatie waar verdachte [naam verdachte 2] – blijkens een politiemutatie – op die datum en ongeveer dat tijdstip ruzie had. Eén en ander rechtvaardigt de conclusie dat verdachte [naam verdachte 2] de gebruiker is van genoemd telefoonnummer.
telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit telefoonnummer werd tevens gebruikt in een advertentie op Marktplaats. In het kader van een pseudokoop werd contact opgenomen met dit telefoonnummer. De gebruiker nam vervolgens contact op via WhatsApp en stuurde daarbij een nieuw telefoonnummer, te weten het
telefoonnummer [telefoonnummer]. Op de profielfoto behorende bij dit nummer wordt verdachte [naam verdachte 2] herkend door verbalisant [naam verbalisant 1] . Vervolgens werd een technische actie aangesloten op het nummer [telefoonnummer] . Hieruit blijkt dat het toestel met dit nummer tijdens het merendeel van de opgenomen gesprekken gebruik maakt van een zendmast op de locatie [adres 3] te Amsterdam, 500 meter verwijderd van het eerder genoemde adres van [naam verdachte 2] . Zo ook tijdens een gesprek met een vrouw op 26 november 2015. Deze vrouw noemt de gebruiker van voormeld nummer ‘ [bijnaam] ’ en ‘vieze Oostblokker’. Verdachte [naam verdachte 2] is geboren in [geboorteplaats 2] . Ook tijdens een gesprek op 27 november 2015 maakt het telefoonnummer gebruik van voormelde zendmast. Tijdens dit gesprek, met een man die zichzelf bekend maakt als een medewerker van de gemeente Amsterdam, noemt de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] zichzelf ‘meneer [naam verdachte 2] ’ en geeft hij de postcode en het huisnummer van zijn moeder op. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verdachte [naam verdachte 2] de gebruiker is van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] .
Renault Megane met kenteken [kenteken]. Deze auto is op 10 november 2015 door de politie doorzocht, waarbij een Nokia is gevonden met
imeinummer [nummer]. Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat die telefoon van hem was. In die telefoon heeft vanaf 13 november 2015 een simkaart met het
telefoonnummer [telefoonnummer]gezeten. In zijn verhoor van (onder andere) 17 november 2015 geeft verdachte [verdachte] dit nummer op als zijn telefoonnummer. Op 16 november 2015 wordt in de Nokia een simkaart met
telefoonnummer [telefoonnummer]geplaatst. Blijkens stemherkenning is verdachte [verdachte] dan nog steeds de gebruiker van deze telefoon.
telefoonnummer [telefoonnummer]heeft van 22 oktober 2015 tot en met 12 november 2015 in dit toestel gezeten. Aan dit nummer was het WhatsApp profiel onder de naam ‘ [verdachte] ’ gekoppeld. Er waren twee recente chatgesprekken, met ‘ [bijnaam] ’ en ‘ [bijnaam] ’, waarbij ‘ [bijnaam] ’ (de bijnaam van verdachte [naam verdachte 1] ) gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ook zijn op dit toestel foto’s van verdachte [verdachte] aangetroffen.
Ford Focus met kenteken [kenteken] .
de rechtbank begrijpt het raam) nog niet’, waarop NN2 antwoordt ‘ben bezig. Er zit ook een leipe vaas voor, die vaas moet ook rustig weg, ho hij is al open hoor. We zijn binnen die deur is ook open’. Verder blijkt onder meer dat NN2 doekoes (
de rechtbank begrijpt geld), sleutels en een tegoedbon vindt in de woning.
bijlage IIvan dit vonnis zijn opgenomen, oordeelt de rechtbank als volgt.
bijlage IIvan dit vonnis zijn opgenomen, oordeelt de rechtbank als volgt.
bijlage IIvan dit vonnis zijn opgenomen, oordeelt de rechtbank als volgt.
bijlage IIvan dit vonnis zijn opgenomen, oordeelt de rechtbank als volgt.
bijlage IIvan dit vonnis zijn opgenomen, oordeelt de rechtbank als volgt.
bijlage IIvan dit vonnis zijn opgenomen, oordeelt de rechtbank als volgt.
5.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen en de in rubriek 4 vervatte bewijsoverwegingen bewezen dat verdachte:
terwijl verdachte een fysiek overwicht op [slachtoffer 3] had op grond van het verschil in lichaamspostuur en zodoende een voor [slachtoffer 3] bedreigende situatie, waarin [slachtoffer 3] zich niet aan de hiervoor genoemde handelingen kon onttrekken, heeft doen ontstaan;
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
.
.
.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
7 (zeven) jaar en 3 (drie) maanden.
[slachtoffer 2]toe tot
€ 1.310,07 (dertienhonderd tien euro en zeven cent)zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 1.310,07 (dertienhonderd tien euro en zeven cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van
23 (drieëntwintig) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.
[slachtoffer 3]toe tot
€ 3.503,90 (vijfendertighonderd en drie euro en negentig cent).
€ 3.503,90 (vijfendertighonderd en drie euro en negentig cent)aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van
44 (vierenveertig) dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.
[slachtoffer 4]toe tot
€ 1.050,- (duizend vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 1.050,- (duizend vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van
20 (twintig) dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.
[slachtoffer 5]toe tot
€ 1.050,- (duizend vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 1.050,- (duizend vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van
20 (twintig) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.
[slachtoffer 6]toe tot
€ 832,40 (achthonderd tweeëndertig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 832,40 (achthonderd tweeëndertig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van
16 (zestien) dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.
4 (vier) maanden.