De zaak betreft een docent die sinds 1988 in dienst was bij Hervormd Lyceum West, later onderdeel van Stichting Ceder Groep. Na gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid werd hij per 1 november 2016 ontslagen voor het volledige dienstverband en herbenoemd voor 0,4 fte in een aangepaste functie. De docent betwistte het ontslag en eiste een transitievergoeding over het niet-herplaatste deel van 0,6 fte en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De werkgever verweerde zich onder meer met een cao-bepaling die ontslag bij arbeidsongeschiktheid regelt en stelde dat geen transitievergoeding verschuldigd is omdat passend werk was aangeboden. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag voor het niet-herplaatste deel wel degelijk een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst is, omdat de werknemer niet instemde en medisch gezien meer kon werken dan 0,4 fte.
De kantonrechter wees de transitievergoeding van €49.675,03 toe, evenals een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van €20.697,95, met wettelijke rente vanaf 1 december 2016. Stichting Ceder Groep werd tevens veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat bij gedeeltelijke herplaatsing van een arbeidsongeschikte werknemer een transitievergoeding kan worden toegekend over het verloren deel van het dienstverband.