ECLI:NL:RBAMS:2017:2804

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 april 2017
Publicatiedatum
26 april 2017
Zaaknummer
AWB 15/3582
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:3 AwbArt. 3:4 AwbArt. 63 AWRArt. 231 GemeentewetArt. 2.12 Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen legesaanslag voor omgevingsvergunning ingetrokken na zeven weken

Eiseres vroeg op 9 december 2013 een omgevingsvergunning aan voor het vestigen van een hotel/club in strijd met het bestemmingsplan in Amsterdam, met een geschatte bouwsom van €3.200.000,-. De aanvraag werd op 28 januari 2014 ingetrokken, na zeven weken. Verweerder legde een legesaanslag van €45.000,- op, gebaseerd op 4,5% van de bouwkosten met een maximum van €45.000,- volgens de Legesverordening.

Eiseres stelde dat verweerder rekening had moeten houden met de bijzondere voorgeschiedenis, waaronder de medewerking van het gemeentebestuur en het agressieve buurtverzet, en dat een lagere legesaanslag passend was. Ook stelde zij dat de leges meer in lijn hadden moeten zijn met tarieven voor bestemmingsplanwijzigingen en dat de restitutieregeling bij intrekking soepeler toegepast had moeten worden. Tevens voerde zij aan dat verweerder haar beroep op de hardheidsclausule had moeten behandelen en doorsturen.

De rechtbank oordeelde dat de Legesverordening een strikt gebonden bestuursbesluit betreft, waarbij geen ruimte is voor belangenafweging of afwijking van de vastgestelde tarieven. De omstandigheden van eiseres konden daarom niet worden meegewogen. Ook kon de rechtbank niet zelf de hardheidsclausule toepassen, maar stuurde het beroep over dit punt door naar het bevoegde college van burgemeester en wethouders. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag van €45.000,- wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 15/3582

uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2017 in de zaak tussen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam bedrijf] .,te Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. M.A. Grapperhaus),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. G. van der Zee).

Procesverloop

Op 4 februari 2014 heeft verweerder aan eiseres een legesaanslag opgelegd ter hoogte van € 45.000,-.
Bij uitspraak van 29 april 2015 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2017. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Namens eiseres is tevens [de persoon] , werkzaam als project verantwoordelijke bij eiseres, verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De voor deze zaak relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt onderdeel uit van de uitspraak.
2. Op 9 december 2013 heeft eiseres een omgevingsvergunning aangevraagd voor gebruik in strijd met het geldende bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het vestigen van een hotel/club [de persoon] aan de [straat] te Amsterdam. Eiseres heeft daarbij € 3.200.000,- als geschatte bouwkosten opgegeven. Op 28 januari 2014 heeft eiseres de aanvraag ingetrokken.
3. Verweerder heeft op 4 februari 2014 leges geheven voor het in behandeling nemen van deze aanvraag ter hoogte van € 45.000,-. Verweerder heeft deze leges vastgesteld aan de hand van de door eiseres opgegeven bouwkosten.
De standpunten van partijen
4. Eiseres heeft in beroep kort samengevat het volgende aangevoerd. Het gemeentebestuur heeft eiseres benaderd om de komst van [de persoon] naar Amsterdam te faciliteren en heeft zich bereid verklaard medewerking te verlenen aan de vestiging van [de persoon] aan de [straat] te Amsterdam. Alhoewel het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid bevat waarmee het [de persoon] mogelijk gemaakt kon worden, heeft het gemeentebestuur daarvan geen gebruik willen maken, maar heeft zij er op aan gestuurd dat eiseres de hiervoor bedoelde aanvraag om een omgevingsvergunning indiende. Dit heeft tot hogere kosten voor eiseres geleid. Ondanks de door het gemeentebestuur uitgesproken bereidheid tot medewerking aan het project was de deelraadscommissie Bouwen en Wonen niet akkoord met het bouwplan. Gelet daarop en op het agressieve verzet vanuit de buurt heeft eiseres de aanvraag om een omgevingsvergunning ingetrokken. Verweerder had volgens eiseres, gelet op de hiervoor geschetste bijzondere voorgeschiedenis, aanleiding moeten zien om de belangen af te wegen en een lagere legesaanslag op te leggen. Eiseres meent dat voor een redelijk bedrag aan leges aangesloten moet worden bij de leges voor de behandeling van een verzoek tot wijziging van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) of bij de leges voor een bestemmingsplan of bestemmingsplanherziening als bedoeld in artikel 3.1 van de Wro. Ook had de mogelijkheid van 50% restitutie die de Legesverordening stadsdeel Centrum 2013 (de Legesverordening) biedt bij intrekking van de aanvraag minder formalistisch kunnen worden toegepast. Eiseres had weliswaar na de vergadering van de deelraadscommissie op 14 januari 2014 nog tot 20 januari 2014 de gelegenheid de aanvraag in te trekken, maar wilde eerst de reactie van de stadsdeelraad - die pas op 28 januari 2014 vergaderde - afwachten. Volgens eiseres had verweerder het beroep van eiseres op moeten vatten als een verzoek om kwijtschelding met een beroep op de hardheidsclausule van artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet in samenhang met artikel 63 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Verweerder had dit verzoek met toepassing van artikel 2:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten doorsturen naar het bevoegde orgaan.
5. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het in behandeling nemen van de aanvraag van een omgevingsvergunning het belastbare feit is waarvoor de aanslag is opgelegd. Het belastbare feit heeft zich voorgedaan en verweerder was daarom bevoegd leges te heffen. De regeling kent geen mogelijkheid om vanwege omstandigheden aan te sluiten bij rubrieken in de tarieventabel die niet van toepassing zijn. Verweerder stelt dat hij bij de toepassing van de Legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel geen beleidsruimte heeft voor een afweging van belangen op grond van artikel 3:4 van Pro de Awb. Verweerder verwijst naar de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 9 juni 2011 (ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2424). Volgens verweerder is er terecht € 45.000,- aan leges geheven.
Het oordeel van de rechtbank
6. Niet in geding is dat het een aanvraag betrof om een omgevingsvergunning met een zogeheten buitenplanse ontheffing. Evenmin is in geding dat verweerder het percentage van 4,5% van de bouwsom, met een maximering van € 45.000.-, heeft gehanteerd, dat volgens de tabel van de Legesverordening in dat geval van toepassing is.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in de hiervoor vermelde uitspraak van 9 juni 2011 overwogen dat bij strikt gebonden bestuursbeslissingen, waarbij de inhoud van het besluit volgt uit de verordening, geen ruimte is voor een afweging van de belangen op grond van artikel 3:4 van Pro de Awb. Naar het oordeel van de rechtbank volgt ook in dit geval de inhoud van het besluit uit de Legesverordening en is er dus sprake van een strikt gebonden bestuursbeslissing. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Verweerder had daarom geen ruimte om op grond van een belangenafweging af te wijken van de Legesverordening. De door eiseres aangevoerde omstandigheden kunnen dan ook geen rol spelen in de beoordeling van verweerder. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij geen ruimte heeft om aan te sluiten bij tarieven in de tarieventabel die niet van toepassing zijn. Ook de gestelde omstandigheid dat de bouwkosten van het plan veel meer omvatten dan de onderdelen waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan nodig waren, kan, nog daargelaten dat eiseres dit niet heeft onderbouwd, geen rol spelen.
7. Ook hetgeen eiseres heeft aangevoerd over de omstandigheden waardoor zij niet in de gelegenheid was om de aanvraag binnen 6 weken na de aanvraag in te trekken en een verzoek te doen om teruggaaf zoals bedoeld in artikel 3.1.10.4 van de tarieventabel bij de Legesverordening, kunnen in de beoordeling van verweerder geen rol spelen. Eiseres heeft geen verzoek gedaan om teruggaaf zoals bedoeld in artikel 3.1.10.4 van de tarieventabel bij de Legesverordening.
8. Voor zover eiseres in deze procedure een beroep heeft gedaan op de toepassing van de hardheidsclausule, slaagt dat niet. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 maart 2002 ECLI:NL:HR:2002:AE0831) is het namelijk niet aan de rechtbank om de hardheidsclausule toe te passen.
9. Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat hij het beroepschrift niet heeft doorgezonden aan het college van burgemeester en wethouders als het bevoegde orgaan om op een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule te beslissen. De rechtbank zal het beroepschrift, voor zover het een beroep op de hardheidsclausule betreft, daarom doorsturen naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam.
10. Het beroep is ongegrond.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzitter, en mr. M.C.M. Hamer en mr. M.M. Verberne, leden, in aanwezigheid van mr. S. van Douwen, griffier
.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2017.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Bijlage

Op grond van artikel 63 van Pro de AWR is onze Minister bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van de belastingwet mochten voordoen.
Op grond van artikel 231 van Pro de Gemeentewet, voor zover hier van belang, geschieden de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen met toepassing van de Algemene wet, de Invorderingswet en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als waren die belastingen rijksbelastingen.
Op grond van artikel 3.1.3.3 en 3.1.3.4. van de tarieventabel, behorende bij de Legesverordening, voor zover hier van belang, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 3 van de Wabo, 4,5 % van de bouwkosten tot een maximum van € 45.000.
Op grond van artikel 7 van Pro de Legesverordening wordt geen teruggaaf verleend tenzij in de bij de Legesverordening behorende tabel met betrekking tot een bepaalde rubriek anders is vermeld.
Op grond van artikel 8 van Pro de Legesverordening wordt van de leges geen kwijtschelding verleend.
Op grond van artikel 3.1.10.4. van het tarieventabel wordt, voor zover hier van belang, bij een aanvraag waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is die binnen zes weken word ingetrokken op verzoek teruggaaf gedaan van 50% van de geheven leges.