ECLI:NL:RBAMS:2017:2363

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 februari 2017
Publicatiedatum
12 april 2017
Zaaknummer
623692 HA RK 46.2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:16 AwbArt. 8:18 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na uitspraak verzet

De rechtbank Amsterdam behandelde een wrakingsverzoek gericht tegen bestuursrechter J.T. Kruis, ingediend na een beslissing van 12 januari 2017 waarbij het verzet van verzoeker ongegrond werd verklaard. Verzoeker had eerder verzet ingesteld tegen een uitspraak van 26 juli 2016 waarin een beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.

Volgens artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een rechter alleen worden gewraakt zolang hij een zaak van de verzoeker in behandeling heeft. Omdat de rechter op 12 januari 2017 een beslissing heeft genomen, is de behandeling van de zaak beëindigd en kan geen wrakingsverzoek meer worden ontvangen.

De rechtbank overwoog dat het wrakingsverzoek bewust na de uitspraak was ingediend en dat tegen de beslissing op het verzet geen beroep openstaat. De wrakingsprocedure kan daarom niet worden gebruikt om een beslissing aan te vechten waartegen geen rechtsmiddel bestaat.

De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open op grond van artikel 8:18, vijfde lid, Awb.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak op het verzet is ingediend en geen rechtsmiddel openstaat.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 9 februari 2017 schriftelijk gedane en onder rekestnummer
C/13/623692/ HA RK 17/46 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van J.T. Kruis, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:
 Het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van 8 februari 2017.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1
Verzoeker heeft bij de rechtbank verzet ingesteld tegen een uitspraak van 26 juli 2016 waarbij een door klager ingesteld beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
2.2
Bij beslissing van 12 januari 2017 heeft de rechter na onderzoek ter zitting het verzet ongegrond verklaard.
2.2
In artikel 8:16 van Pro de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3
Uit voornoemd artikel 8:16 Awb Pro blijkt dat een wrakingsverzoek slechts de rechter kan betreffen die een zaak van de betrokken partij in behandeling heeft. Dit brengt mee dat geen wrakingsverzoek meer kan worden gedaan nadat de rechter in de zaak een beslissing heeft genomen op het verzoek. De rechter heeft dan immers geen zaak van verzoeker meer in behandeling.
2.4
Het verzoek is gedaan na de op 12 januari 2017 gegeven beslissing. Daarmee is de behandeling van de zaak geëindigd (ECLI:NL:HR:1998:AD2977, sindsdien vaste rechtspraak). De rechter heeft geen zaak meer van verzoeker in behandeling. Verzoeker kan daarom niet in het door hem ingediende wrakingsverzoek worden ontvangen.
2.5
Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 8:18 Awb Pro bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard aangezien het na de uitspraak is gedaan.
2.6
Ten overvloede wordt het volgende overwogen. Blijkens de inhoud van het wrakingsverzoek is verzoeker zich ervan bewust dat het verzoek is gedaan na de uitspraak. De gronden van het verzoek richten zich tegen de inhoud van de op 12 januari 2017 gegeven beslissing. Tegen de in verzet gegeven beslissing staat echter geen beroep open. De wetgever heeft er voor gekozen geen rechtsmiddel open te stellen tegen de beslissing op het verzet. De wrakingsprocedure, die is bedoeld te onderzoeken of de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan – gezien het gesloten stelsel van rechtsmiddelen - niet worden gebruikt om een beslissing waartegen geen rechtsmiddel meer open staat aan te vechten.
2.7
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
 verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort voorzitter, A.W.J. Ros en A.J. Dondorp, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2017
in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 8:18, vijfde lid, Awb, geen voorziening open.