Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiseres 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 januari 2016, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 1 juni 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 16 september 2016.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ondertitels kunnen een zelfstandig werk zijn. Of dit aan de orde is kan niet in zijn algemeenheid worden bepaald, maar zal in het concrete geval, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, moeten worden beoordeeld. Daarbij moet worden beoordeeld of het beweerdelijk inbreukmakende werk in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van het eerdere werk vertoont dat de totaalindrukken die de beide werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat het eerstbedoelde werk als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt (HR 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8456). Dat sprake kan zijn van een zelfstandig werk staat er niet aan in de weg dat ook dan voor vervaardiging en openbaarmaking van ondertitels toestemming van de auteursrechthebbende op het oorspronkelijke werk nodig is (artikel 10 lid 2 Aw Pro). Het brengt slechts met zich dat er twee auteursrechten op de ondertitels rusten; het recht van de auteursrechthebbende op het oorspronkelijke werk en het recht van de maker van de ondertitels op de ondertitels.
De vordering onder primair tot en met meest subsidiair sub 8 stuit reeds hierop af.