Uitspraak
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de RvdK.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen ouders met gezamenlijk gezag over hun minderjarige zoon, waarbij de vader vervangende toestemming verzocht om met het kind naar Zeeland te verhuizen. De moeder verzette zich tegen de verhuizing en verzocht om een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en toewijzing van de hoofdverblijfplaats aan haar bij een negatief advies.
De rechtbank nam de belangen van het kind, de ouders en de sociale omgeving in aanmerking. De minderjarige gaf aan graag met zijn vader te willen verhuizen en was positief over de nieuwe woon- en schoolsituatie. De vader had de verhuizing goed voorbereid, inclusief inschrijving op een nieuwe school en het vinden van een baan in Zeeland. De moeder betwistte de noodzaak en voorbereiding van de verhuizing en stelde dat de vader zelf onrustig is en onvoldoende zorg kan bieden.
De rechtbank oordeelde dat er geen noodzaak was voor een aanvullend onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Gezien de betrokken belangen en het positieve oordeel van het kind, werd het verzoek van de vader toegewezen. De zorgregeling werd gewijzigd zodat het weekendbezoek van de moeder begint op vrijdagavond in plaats van donderdag, passend bij de nieuwe schoolsituatie. Het meer subsidiaire verzoek van de moeder werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek vervangende toestemming verhuizing naar Zeeland toegewezen en zorgregeling aangepast.