Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2017 in de zaak tussen
[de man] , te Amsterdam, eiser
[bedrijf], te Amsterdam, vergunninghoudster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De vergunninghoudster vroeg een omgevingsvergunning aan voor het aanleggen van vier steigers met zeven ligplaatsen aan een locatie in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders verleende deze vergunning, maar eiser stelde beroep in tegen het besluit.
Eiser betoogde dat het akoestisch onderzoek onvolledig was en dat de vergunning onvoldoende duidelijkheid bood over de periode waarin vaarbewegingen zijn toegestaan. De rechtbank constateerde dat het akoestisch onderzoek als uitgangspunt kon dienen, maar dat de vergunning onvoldoende gemotiveerd was wat betreft de toegestane tijden voor in- en uitvaren. Daarnaast stelde eiser dat het nautisch advies ontoereikend was en dat een milieuvergunning nodig zou zijn, wat door de rechtbank werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het stedelijk belang en het belang van vergunninghoudster zwaarder wogen dan het belang van omwonenden, maar dat het gebrek in de vergunning moest worden hersteld door duidelijkheid te verschaffen over de vaarperiode. De rechtbank gaf het bestuursorgaan vier weken om dit gebrek te herstellen en hield verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt het bestuursorgaan in de gelegenheid het gebrek in de vergunning te herstellen en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.