ECLI:NL:RBAMS:2016:8699

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 december 2016
Publicatiedatum
22 december 2016
Zaaknummer
AWB 16/09371
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:41 AwbArt. 64 Vreemdelingenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens asielaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin haar verzoek tot opschorting van vertrek werd afgewezen. Tijdens de procedure heeft eiseres het beroep ingetrokken omdat zij een asielaanvraag heeft ingediend en daardoor geen belang meer had bij vernietiging van het bestreden besluit.

De rechtbank heeft beoordeeld of de intrekking van het beroep een gevolg was van een tegemoetkoming van de verweerder, wat recht zou geven op vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit niet was ingetrokken of gewijzigd en dat de intrekking voortkwam uit de keuze van eiseres om een nieuwe procedure te starten via een asielaanvraag.

Daarom oordeelde de rechtbank dat de verweerder niet gehouden is tot vergoeding van de proceskosten, waaronder het griffierecht, dat overigens niet aan eiseres was opgelegd vanwege vrijstelling. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat intrekking beroep niet voortkomt uit tegemoetkoming verweerder.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 16/09371
V-nr: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[eiseres ], geboren op [geboortedatum] 1998, van Nigeriaanse nationaliteit, eiseres,
(gemachtigde: mr. S. Thelosen),
en

de staatsecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 3 mei 2016 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 8 april 2016 (het bestreden besluit).
Bij brief van 18 augustus 2016 heeft mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, het beroep ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van de proceskosten.
Desgevraagd heeft verweerder op 22 augustus 2016 een verweerschrift ingediend ter zake het verzoek om vergoeding van de proceskosten.
Nadat partijen toestemming hebben gegeven om zonder zitting op het verzoek om vergoeding van de proceskosten uitspraak te doen, is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in Pro de kosten worden veroordeeld.
2. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
3. Eiseres heeft bij de intrekking van het beroep aangevoerd dat zij een asielaanvraag heeft ingediend en daardoor geen belang meer heeft bij vernietiging van het bestreden besluit. Het wegvallen van het procesbelang is ontstaan door een tegemoetkoming door verweerder. Dat deze tegemoetkoming geen verband houdt met de onderhavige procedure en voortkomt uit een door eiseres ingediende asielaanvraag, doet aan het standpunt van eiseres niet af. Eiseres heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit rechtens onjuist is en dat terecht beroep is ingesteld.
4. Verweerder heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit is niet is gewijzigd of ingetrokken. Het bestreden besluit is rechtmatig genomen, aldus verweerder.
5. De rechtbank stelt het volgende vast. Verweerder heeft bij primair besluit van
22 februari 2016 waarbij is besloten dat eiseres niet in aanmerking komt voor opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
De rechtbank stelt verder vast dat eiseres in haar brief van 18 augustus 2016 heeft aangegeven dat het beroep wordt ingetrokken omdat zij een asielaanvraag heeft ingediend. Eiseres mag de behandeling van die aanvraag in Nederland afwachten en heeft recht op voorzieningen. Hierdoor heeft eiseres geen belang meer bij vernietiging van het bestreden besluit.
6. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de reden waarom eiseres het onderhavige beroep heeft ingetrokken, is gelegen in de omstandigheid dat verweerder in de onderhavige beroepsprocedure aan het beroep is tegemoetgekomen. Gesteld noch gebleken is dat verweerder het bestreden besluit heeft ingetrokken of gewijzigd. Eiseres heeft ervoor gekozen om een nieuwe procedure te starten door een asielaanvraag in te dienen. Eiseres heeft er eveneens voor gekozen om de behandeling van het onderhavige beroep niet af te wachten en het beroep in te trekken. Deze keuzes komen voor risico van eiseres en kunnen verweerder niet worden aangerekend.
Een veroordeling in de proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Awb is dan ook niet aan de orde.
7. Nu verweerder niet aan het beroep is tegemoetgekomen is verweerder niet gehouden het griffierecht te vergoeden. Eiseres is vrijstelling van de betaling van het griffierecht verleend. Van eiseres is dan ook geen griffierecht geheven.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 december 2016 door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga-Sanders, de griffier,
en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende vier weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te 's-Gravenhage.
Coll: M.P.O.
D: C