Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.Gronden van de beslissing
3.De beoordeling
Vormvrij verweerschrift
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedure kwam een besloten vennootschap in verzet tegen de heffing van griffierecht door de griffier van de rechtbank Amsterdam. De griffier had €288 aan griffierecht geheven voor het indienen van een pleitnota met verweer in een verzoekschriftprocedure ex artikel 3:264 lid 5 BW Pro.
De verzoekster stelde dat een pleitnota niet als verweerschrift kan worden aangemerkt en dat daarom geen griffierecht verschuldigd zou zijn. Het procesreglement onderscheidt immers pleitnotities van verweerschriften en de pleitnota ontbrak aan volledige gegevens en was niet aan alle belanghebbenden verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat een schriftelijk stuk met verweer, ongeacht de vorm, als verweerschrift wordt aangemerkt volgens het procesreglement. De pleitnota voldeed aan deze omschrijving en het griffierecht was terecht geheven. Het niet betalen van griffierecht zou het risico inhouden dat mondeling verweer niet volledig wordt meegenomen. Het verzet tegen de griffierechtheffing werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de heffing van griffierecht voor het indienen van een pleitnota met verweer wordt ongegrond verklaard.