ECLI:NL:RBAMS:2016:6587
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wedertoelating op grond van Vreemdelingenwet 2000 wegens onvoldoende banden met Nederland
De zaak betreft een verzoek om wedertoelating tot Nederland van een Amerikaans echtpaar, waarbij de vrouw voor haar negentiende verjaardag minimaal vijf jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven, maar daarna 45 jaar in de Verenigde Staten woonde. De vrouw wil nu met haar echtgenoot terugkeren naar Nederland.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de aanvragen tot verblijfsvergunningen afgewezen omdat Nederland niet het meest aangewezen land is. De rechtbank bevestigt dit oordeel, stellende dat de vrouw het grootste deel van haar leven in de Verenigde Staten heeft doorgebracht, daar kinderen heeft en de Amerikaanse nationaliteit bezit. Hoewel zij nog familie in Nederland en Duitsland heeft en de Nederlandse taal machtig is, wegen deze banden niet zwaarder dan haar langdurige verblijf en sociale leven in de VS.
De rechtbank overweegt dat de stelling dat de Molukse achtergrond en het KNIL-verleden van de vader van de vrouw een rol zouden moeten spelen, niet voldoende is gemotiveerd. Ook is geen sprake van schending van de hoorplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen en de beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot wedertoelating af omdat Nederland niet het meest aangewezen land is voor de vrouw.