De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden door het Hof van beroep Antwerpen, waarvan nog 355 dagen resteren. De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en bevestigde zijn Nederlandse nationaliteit.
De rechtbank stelde vast dat het veroordelende arrest van 12 februari 2015 onherroepelijk is, ondanks dat de verdachte in hoger beroep en verzet niet is verschenen en verstek is veroordeeld. Gezien de Nederlandse nationaliteit van de verdachte en artikel 6, tweede lid, van de Overleveringswet (OLW), dat de overlevering van een Nederlander verbiedt indien het vonnis onherroepelijk is, besloot de rechtbank de overlevering te weigeren.
Vanwege de ongunstige gezondheidstoestand van de verdachte zag de rechtbank af van onderzoek naar de vraag of weigering van overlevering tot straffeloosheid zou leiden. De rechtbank verlengde de uitspraaktermijn vanwege de complexiteit van de zaak en de omstandigheden. De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.