ECLI:NL:RBAMS:2016:3060
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en hoofdverblijfplaats minderjarige bij echtscheiding met toepassing Marokkaans recht
De rechtbank Amsterdam heeft op 25 mei 2016 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak waarbij partijen zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit hebben. Het huwelijk is ontbonden en de rechtbank behandelde de nevenvoorzieningen waaronder de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, het huurrecht van de echtelijke woning en de verdeling van de gemeenschap.
De rechtbank bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw wordt vastgesteld, omdat dit het meest in het belang van het kind is. Het verzoek van de vrouw om het ouderschapsplan aan de beschikking te hechten werd afgewezen omdat partijen hierover geen overeenstemming hadden. Het huurrecht van de echtelijke woning werd toegewezen aan de vrouw, mede omdat de minderjarige en meerderjarige kinderen bij haar wonen en het belang van de vrouw prevaleert.
Ten aanzien van de verdeling van de gemeenschap stelde de rechtbank vast dat het Marokkaanse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. De inboedel werd gelijkelijk verdeeld omdat geen bewijs was geleverd over de samenstelling. Schulden bij Interbank, Wehkamp en de belastingdienst werden ieder voor de helft toegerekend aan partijen, aangezien deze schulden zijn aangegaan voor kosten van de gezamenlijke huishouding. Een door de vrouw gestelde schuld aan haar zus werd niet erkend wegens gebrek aan bewijs.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat tevens een afwijzing van overige verzoeken.
Uitkomst: Hoofdverblijfplaats minderjarige bij vrouw, huurrecht woning aan vrouw toegewezen, inboedel en schulden gelijkelijk verdeeld volgens Marokkaans recht.