Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Datum uitspraak: 12 april 2016
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [woonplaats] .
Rechtbank Amsterdam
Op 20 januari 2016 werden verdachte en zijn medeverdachte door een getuige gezien bij een woning waar een poging tot inbraak werd vermoed. Er was een torx schroef in het slot van de voordeur gedraaid, wat alleen met gereedschap mogelijk is. Verdachte bevestigde aanwezig te zijn geweest, maar ontkende de schroef te hebben gedraaid.
De getuige zag verdachte 'rommelen' bij de deur, maar zag geen gereedschap. Bij de aanhouding van verdachte en zijn medeverdachte werd geen gereedschap aangetroffen, ook niet in de directe omgeving, ondanks speurhondonderzoek. De verdediging stelde dat verdachte toevallig langs liep en de schroef zag, wat overeenkwam met de getuigenverklaring.
De rechtbank oordeelde dat er weliswaar een stevige verdenking bestond, maar dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak dat verdachte of zijn medeverdachte de schroef in het slot hadden gedraaid. Andere scenario’s waren voorstelbaar. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot inbraak wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.