Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2015 in de zaak tussen
[naam] , te Turkije, eiser
de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser woont met zijn gezin in Turkije en ontvangt kinderbijslag voor zijn vier minderjarige kinderen. Met ingang van het eerste kwartaal van 2013 is op zijn kinderbijslag het woonlandbeginsel toegepast, waardoor de uitkering werd aangepast aan het kostenniveau van Turkije, vastgesteld op 60% van het Nederlandse bedrag.
Eiser betoogde dat deze aanpassing onzorgvuldig en in strijd met (inter)nationale wetgeving en het gelijkheidsbeginsel was, mede verwijzend naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 4 januari 2015. De rechtbank oordeelt echter dat dit arrest niet relevant is voor de kinderbijslag, aangezien het betrekking heeft op een toeslag op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en niet op kinderbijslag.
De rechtbank bevestigt de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 12 december 2014, waarin is geoordeeld dat het woonlandbeginsel op kinderbijslag niet in strijd is met het associatierecht. De toepasselijke bepalingen uit het Besluit 3/80 en het aanvullend protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije zijn niet van toepassing op kinderbijslag.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van het woonlandbeginsel op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.