Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2015 in de zaak tussen
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres ontving vanaf 1 januari 2013 een uitwonendenbeurs studiefinanciering, terwijl zij sinds 27 december 2012 stond ingeschreven op een adres te Amstelveen in de Basisregistratie Personen (BRP). Na een huisbezoek op 21 november 2014 concludeerde de controle dat eiseres niet feitelijk op het BRP-adres woonde. Verweerder herzag daarop de studiefinanciering en vorderde een bedrag van €4.537,50 terug.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege een schurftbesmetting tijdelijk bij haar ouders verbleef en dat het huisbezoek onzorgvuldig was uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres niet woonde op het BRP-adres, mede gelet op verklaringen van de hoofdbewoonster en de bevindingen tijdens het huisbezoek. Het bewijs van eiseres, waaronder foto’s, poststukken, bankafschriften en verklaringen van buren, was onvoldoende om het wettelijke vermoeden van niet-wonen te weerleggen.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden en oordeelde dat geen aanleiding bestond om af te wijken van de herziening. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van studiefinanciering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van feitelijk verblijf op het BRP-adres.