Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
de stichting Stichting De Appel
[verweerder]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
Beste [verweerder] , zoals besproken, bevestig ik hierbij het gesprek dat [bestuurslid 1] en ik gisteren met je voerden op mijn kantoor. Wij hebben je namens het bestuur van De Appel laten weten dat De Appel afscheid van je wil nemen omdat er – kort gezegd – onvoldoende vertrouwen is dat jij de juiste persoon bent om De Appel te leiden. Dat ligt niet aan jouw artistieke kwaliteiten maar aan het feit dat je ondanks begeleiding structureel niet in staat bent gebleken om je leiderschapspositie over te brengen aan de medewerkers van De Appel en het bestuur. Vanaf oktober 2014 heeft [bestuurslid 1] gesprekken met je gevoerd over jouw gebrekkige communicatie en je geringe responsiveness en besluitvaardigheid, het feit dat je weinig vastlegt en niet planmatig te werk gaat, keer op keer afspraken niet nakomt en stukken niet, half gereed of niet tijdig beschikbaar hebt. Er is je toen uitdrukkelijk gevraagd om meer op het instituut aanwezig te zijn. In het voorjaar zijn er meerdere gesprekken gevoerd ook met medewerkers, die vrijwel unaniem hun ernstige zorg over het gebrek aan leiderschap hebben uitgesproken. Er is toen een verbetertraject ingezet met hulp van een coach. Verder zijn alle belangrijke onderwerpen van De Appel verdeeld aan duo’s uit het bestuur die jou zouden helpen en sturen bij het vooruitbrengen van dat onderwerp. [bestuurslid 1] en ik hebben bijv. samen met jou het Gallerist program aangepakt: [medewerker 5] en [bestuurslid 1] , het Kunstenplan etc. de coach na een gesprek op 4 mei jl, waarbij [bestuurslid 1] , jij en ik aanwezig waren een traject met jou gestart gericht op:
Visie hebben, formuleren en presenteren
Zelforganisatie; technische communicatie
Leidinggeven
Alhoewel ik het er niet mee eens ben en het mij zeer spijt dat het bestuur heeft besloten niet in te gaan op mijn voorstel, vervat in mijn email van 7 juli., laat ik via deze mail weten dat ik tot eind november 2015 bij De Appel zal blijven met een aantal in onderling overleg nog nader te bepalen inhoudelijke taken. Graag wil ik op korte termijn met jullie (met [bestuurslid 3] ?) overleggen over de manier en het moment waarop het besluit van het bestuur naar buiten wordt gebracht, zodat de publicitaire en persoonlijke schade hopelijk tot een minimum beperkt kan worden”.
- onvoldoende centrale communicatie of geen communicatie,
[verweerder] is niet blij met de opmerkingen van de medewerkers en zal proberen het te veranderen. Hij stelt voor om de komende week 1 op 1 gesprekken te voeren met de aanwezigen om zo eerder ontstane problemen op te vangen en de werkzaamheden te bespreken. Hij zal dit zelf organiseren. De volgende bijeenkomst is gepland op 11 juni om 13.30 uur”.
Verzoek
Verweer
In de zaak met nummer 4447011 EA VERZ 15-966
[bestuurslid 1] en [bestuurslid 3] hebben een aantal gesprekken gevoerd met [verweerder] i.h.k.v. extra begeleiding. [bestuurslid 3] meent dat hij deze gesprekken positief oppakt, en meer gestructureerd zijn agenda beheert”. Het bestuur heeft geen enkele termijn gecommuniceerd, zelfs niet de door het bestuur zelf gestelde korte termijn van twee maanden. Scholing heeft in het geheel niet plaatsgevonden.
In de zaak met nummer 4550475 EA VERZ 15-1110 en 4550847 EA VERZ 15-1111
Beoordeling
In de zaak met nummer 4447011 EA VERZ 15-966
geenverbetering zou hebben getoond kan de kantonrechter evenmin vaststellen. Periodieke verslaglegging van evaluatie van vooraf duidelijke, al dan niet in overleg vastgelegde doelstellingen, ontbreekt immers.