ECLI:NL:RBAMS:2015:6670
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betasten in trein en op perron
De rechtbank Amsterdam heeft op 1 oktober 2015 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het betasten van drie vrouwen in verschillende situaties in Nederland. De tenlastelegging betrof gedragingen waarbij verdachte zich op ongewenste wijze fysiek zou hebben genaderd tot de aangeefsters in trein en op perron.
Tijdens de terechtzitting van 17 september 2015 heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie en de verweren van verdachte en zijn raadsman overwogen. De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om de feiten bewezen te verklaren. De verklaringen van de aangeefsters stonden op zichzelf en vonden geen voldoende steun in ander bewijsmateriaal, zoals getuigenverklaringen of objectieve gegevens.
De rechtbank benadrukte dat volgens artikel 342 Wetboek Pro van Strafvordering het bewijs niet uitsluitend op de verklaring van één getuige mag worden gebaseerd zonder ondersteunend bewijs. De emotionele toestand van een aangeefster, waargenomen door een getuige, werd niet als voldoende steunbewijs gezien. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam, onder voorzitterschap van mr. J. Piena.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betasting van drie aangeefsters.