Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 juli 2015 in de zaak tussen
[naam] , verzoeker, en
Café [bedrijf]., te Amsterdam,
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers exploiteren café [bedrijf] te Amsterdam en zijn sinds 2011 houder van een exploitatievergunning en een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet. Na een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) waarin sprake was van ernstig gevaar dat vergunningen mede worden gebruikt voor het benutten van crimineel vermogen en het plegen van strafbare feiten, heeft de burgemeester van Amsterdam de vergunningen ingetrokken.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen deze intrekking en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter overweegt dat het onderzoek van het LBB zorgvuldig is verricht en dat de feiten en omstandigheden, waaronder een lening van € 465.750,- van een veroordeelde crimineel aan verzoeker, een ernstig gevaar rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeert dat verweerder terecht heeft aangenomen dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen worden gebruikt om crimineel verkregen voordelen te benutten. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang van het bestrijden van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang van verzoekers bij het behoud van hun vergunningen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunningen wordt afgewezen.