Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde sub 1],
1.De procedure
2.De gewijzigde vorderingen
In de zaak tussen [eiser] en [gedaagde sub 1]
met P.M.,te vermeerderen met de wettelijke samengestelde rente vanaf 1 november 2014;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Deze civiele procedure betreft een geschil tussen een advocaat (eiser) en een oud-rechter (gedaagde sub 1) over onrechtmatige uitlatingen die de eer en reputatie van eiser hebben aangetast. Eiser vordert een verklaring voor recht van onrechtmatig handelen en een schadevergoeding van ruim vier miljoen euro, inclusief immateriële schade en inkomensverlies.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde sub 1 onrechtmatig heeft gehandeld door bewust onwaarheid te spreken over het voeren van telefoongesprekken met advocaten in de Chipsholzaak, waaronder met eiser. Dit heeft geleid tot reputatieschade, maar niet tot lichamelijk letsel of andere persoonlijke aantasting. De gevorderde schadeposten worden grotendeels afgewezen vanwege gebrek aan bewijs, verjaring en onvoldoende onderbouwing.
Uitsluitend de immateriële schade wegens reputatieschade wordt toegewezen, vastgesteld op €10.000, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 23 april 2005. De overige vorderingen, waaronder inkomensverlies en kosten rechtsbijstand, worden afgewezen. Daarnaast worden partijen veroordeeld in de proceskosten, waarbij eiser ook in de kosten van gedaagde sub 2 en de Staat wordt veroordeeld.
De rechtbank wijst de eiswijziging tegen de Staat af wegens strijd met de goede procesorde en bevestigt eerdere afwijzingen van aansprakelijkheid van de Staat en gedaagde sub 2. Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2015.
Uitkomst: Gedaagde sub 1 is onrechtmatig jegens eiser en veroordeeld tot betaling van €10.000 schadevergoeding plus rente en proceskosten.