ECLI:NL:RBAMS:2015:3231

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 mei 2015
Publicatiedatum
29 mei 2015
Zaaknummer
HA ZA 14-465
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inbreuk op auteursrechten door openbaarmaking van foto’s zonder toestemming

In deze zaak vorderden [eiser], een fotograaf, en de stichting [stichting], die het digitale archief van de fotograaf beheert, dat het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) zou worden verboden om foto’s van de fotograaf openbaar te maken zonder toestemming. De rechtbank oordeelde dat het IISG inbreuk had gemaakt op de auteursrechten van de fotograaf door 221 foto’s op hun website te publiceren zonder toestemming. Het IISG had de foto’s van de fotograaf zonder zijn medeweten en zonder toestemming openbaar gemaakt, wat leidde tot een vordering tot schadevergoeding van € 50.000,-. De rechtbank stelde vast dat de schadevergoeding niet kon worden vastgesteld, omdat de fotograaf niet voldoende bewijs had geleverd over de hoogte van de gebruikelijke vergoeding. De rechtbank verklaarde voor recht dat het IISG inbreuk had gemaakt op de auteursrechten van de fotograaf en beval het IISG om de openbaarmaking van de foto’s te staken, op straffe van een dwangsom. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen, evenals de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten droeg.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/564327 / HA ZA 14-465
Vonnis van 20 mei 2015
in de zaak van

1.[eiser],

wonende te [plaats],
2. de stichting
[stichting],
gevestigd te [plaats],
eisers,
advocaat mr. M. Koot te Den Haag,
tegen
de stichting
STICHTING INTERNATIONAAL INSTITUUT VOOR SOCIALE GESCHIEDENIS,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam.
Eisers zullen indien afzonderlijk bedoeld hierna ook [eiser] en de [stichting] worden genoemd. Gedaagde zal hierna ook het IISG worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 april 2014 met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord van 18 juni 2014 met producties 1 tot en met 8;
  • het tussenvonnis van 13 augustus 2014 waarin een comparitie is bepaald op 28 januari 2015;
  • het proces-verbaal van comparitie van 28 januari 2015 bij welke gelegenheid eisers producties 7 tot en met 12 hebben ingediend en gedaagde producties 9 en 10;
  • de brief van 11 februari 2015 van de raadsman van gedaagde, waarin is verzocht tot aanpassing van het proces-verbaal van 28 januari 2015;
  • de akte uitlating na comparitie van 25 februari 2015 van [eiser] en de [stichting] met de producties 13 tot en met 17;
  • de akte uitlating na comparitie van 25 maart 2015 van het IISG.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.
1.3.
Aan het verzoek van de raadsman van het IISG tot aanpassing van het proces-verbaal van 28 januari 2015 zal de rechtbank in die zin gevolg geven dat de desbetreffende brief van 11 februari 2015 aan het dossier wordt toegevoegd.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is fotograaf. Hij is auteursrechthebbende op de door hem gemaakte foto’s. De [stichting] beheert het digitale archief van [eiser]. Foto’s van [eiser] worden op de website van de [stichting] getoond ([website]).
2.2.
Het IISG is een instituut dat wereldwijd historisch onderzoek verricht naar werk en arbeidsverhoudingen. Het IISG maakt onderdeel uit van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en beheert meer dan 3.000 archieven. Sinds 2008 beschikt het IISG over een digitale catalogus, die online te raadplegen is via de website van het IISG (http://socialhistory.org/nl). Hierin zijn (onder meer) ruim 70.000 foto’s opgenomen.
2.3.
Het IISG beschikt over ruim 300 foto’s van [eiser]. Daarvan zijn er 221 opgenomen in de digitale catalogus en aldus raadpleegbaar via de website van het IISG. Bij elk van die foto’s is op die website de volgende tekst opgenomen:
“Copyright [stichting]
Beperkingen aan het gebruik van deze afbeelding
(…)
Dit object is auteursrechtelijk beschermd en/of valt onder aanverwante rechten. Het staat u vrij om voor eigen gebruik alle handelingen te verrichten zoals toegestaan door uw nationale auteursrecht en aanverwant recht, inclusief browsen, afdrukken en een kopie maken. Tenzij nadrukkelijk anders vermeld in de licentievoorwaarden. Wanneer u het materiaal voor een ander doel, zoals publicatie of verspreiding op andere manier, wil gebruiken, bent u zelf verplicht het auteursrecht en licentievoorwaarden uit te zoeken en daaraan te voldoen. Het IISG bemiddelt niet in kwesties betreffende auteursrecht van derden.”
2.4.
Op de website van het IISG is voorts het volgende opgenomen:
“Copyrights
1. As part of its mission, the IISH makes its collections publicly available for use in research, teaching, and private study.
2. Where known, the IISH provides information about copyright owners and terms governing the appropriate use of materials. This information can be found in the description of an item in the catalogue. (…)
3. The IISH in most cases does not own the copyrights in its collections.
4. Reproductions of material from the IISH collections will be delivered for use in research, teaching, or private study.
5. It is the patron’s obligation to determine and satisfy copyright or other use restrictions when publishing or otherwise distributing materials found in the IISH’s collections.
6. The IISH does not intermediate in questions about copyrights held by third parties.
7. Unless IISH holds copyright to an item, we cannot give or deny permission to publish or to otherwise distribute it. Permission and possible fees may be required from the copyright owner independently of the IISH.”
(…)
2.5.
Op de website van het IISG is onder
Ratesopgenomen dat bij het IISG
scans, high resolutionkunnen worden besteld voor € 30,- per stuk (kleiner dan A3) en voor € 40,- per stuk (groter dan A3), plus in beide gevallen € 6,- aan administratiekosten.
2.6.
Bij brief van 4 maart 2014 heeft mr. L. Verkoren aan het IISG namens [eiser] en de [stichting] onder meer het volgende medegedeeld:
“(…) cliënten hebben op uw website 221 foto’s aangetroffen (…).
Bovendien verhandelt u de foto’s van [stichting]
(rechtbank: is [eiser])door tegen betaling een digitaal bestand in hoge resolutie te leveren. Daarmede zet u de (digitale) archiefkasten van [stichting] wagenwijd open: iedereen die wil kan het beeldmateriaal via uw stichting, zonder medeweten van [stichting] en dus ook zonder toestemming gebruiken, waardoor de fotograaf geen enkele zeggenschap heeft over het gebruik ervan en bovendien zijn honorarium misloopt.
(…)
Het bovenstaande noopt cliënt u te verzoeken, en voor zover nodig te sommeren, om alle door hem gemaakte foto’s met onmiddellijke ingang van uw site te verwijderen en verwijderd te houden. (…) Ik verzoek u mij dit per omgaande – maar uiterlijk binnen 7 dagen – schriftelijk te bevestigen.
Na tijdige ontvangst van uw bevestiging kan worden onderhandeld over vergoeding van materiële en immateriële schade die het gevolg is van uw onrechtmatig handelen. (…)”
2.7.
Naar aanleiding hiervan heeft het IISG op 6 maart 2014 de foto’s van [eiser] van de website gehaald. Kort daarna heeft het IISG alle ruim 70.000 foto’s van de website gehaald.
2.8.
Bij e-mail van 21 maart 2014 heeft de raadsman van het IISG aan mr. Verkoren onder meer medegedeeld dat het IISG de afgelopen acht jaar één foto van [eiser] heeft verkocht voor € 36,-. Tevens is in de e-mail opgenomen:
“Graag verneem ik van u welke vergoeding [stichting] onder deze omstandigheden gepast acht en zal ik daar nader telefonisch met u over overleggen.”
2.9.
Bij brief van 26 maart 2014 heeft mr. Verkoren aan de raadsman van het IISG onder meer het volgende medegedeeld:
“(…)
Waar het nu om gaat is dat het I.I.S.G., ondanks een uitdrukkelijk verbod deze ter publicatie aan te bieden, vanaf 2007 (?) die 221 foto’s niet alleen heeft beschreven maar ook – en wel zonder het te melden laat staan met toestemming – heeft openbaar gemaakt op zijn website.
(…)
Daar hoort een passende schadevergoeding bij. Uitgaande van een gebruik van 221 foto’s gedurende zes jaren en een (zeer sterk gematigd*) tarief van € 25,00 per foto per jaar stelt [stichting] zijn schadevergoeding vast op € 33.150,-- (…)
Namens cliënt behoud ik mij alle rechten voor, met name om, als het tot een rechtsgeding zou komen, het bedrag van de schade opnieuw te berekenen (…).
* Als bijlage een kopie van de Richtprijzen Nederlandse vakfotografie, waaruit blijkt dat het tarief voor een miniem bestand van 50 x 70 pixels gedurende een jaar al € 368,-- bedraagt en onbeperkt € 462,--. Indien toegepast zou de schadevergoeding 221 x € 462,-- =
€ 102.102,-- bedragen.”
2.10.
Uit een e-mail van 22 april 2014 van de raadsman van het IISG gericht aan mr. Verkoren volgt onder meer dat het IISG [eiser] een schikkingsvoorstel heeft gedaan van € 3.000,-.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] en de [stichting] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
(1) het IISG beveelt de reeds op 6 maart 2014 gestaakte openbaarmaking van de foto’s van [eiser] gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag(deel);
(2) voor recht verklaart dat het IISG inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] en de [stichting];
(3) het IISG veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 50.000,- of van enig ander bedrag dat de rechtbank redelijk voorkomt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
(4) het IISG veroordeelt in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv;
(5) het IISG veroordeelt in de buitengerechtelijke kosten verbonden aan het opsporen en inventariseren van de inbreuk, begroot op € 1.280,-.
3.2.
[eiser] en de [stichting] stellen hiertoe – samengevat weergegeven – dat iedere openbaarmaking aan de auteursrechthebbende, in dit geval aan [eiser], is voorbehouden. Het IISG maakt de foto’s van [eiser] zonder zijn toestemming online openbaar (overigens in een slechte kwaliteit) en biedt die foto’s te koop aan. Het IISG lijkt er daarbij ten onrechte op te vertrouwen dat de gebruikers van het online archief de rechthebbenden wel toestemming zullen vragen voor verdere openbaarmaking. De maatschappelijke functie van het IISG en het maatschappelijk belang ontslaat het IISG niet van de verplichting de auteursrechten van anderen te respecteren. Een geschikt aanknopingspunt voor het berekenen van de in dit geval geleden schade is te vinden in de “Richtprijzen Nederlandse Vakfotografie 2012”. Hieruit volgt – kort gezegd – dat de schadevergoeding ten minste € 346,50 per foto dient te bedragen. Voor 221 foto’s bedraagt de schadevergoeding dan € 76.576,50. [eiser] en de [stichting] matigen om hen moverende redenen dit bedrag tot € 50.000,-. Hierbij heeft in beginsel te gelden dat het aan de auteursrechthebbende zelf is om te bepalen welke prijs hij wenst te bedingen. De vraag welke bedragen in de markt gebruikelijk zijn, is pas van belang indien de rechthebbende zelf normaliter geen toestemming tegen betaling pleegt te geven. Aldus steeds eisers.
3.3.
Het IISG voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Uitgangspunt in dit geschil is dat [eiser] auteursrechthebbende is op de door hem gemaakte foto’s. Het IISG heeft zonder toestemming van [eiser] 221 van zijn foto’s op de website http://socialhistory.org/nl openbaar gemaakt. Volgens eisers hebben de foto’s “jarenlang” op de website gestaan, maar het IISG heeft aangevoerd dat de openbaarmaking in ieder geval niet vóór 2008 kan hebben plaatsgevonden omdat pas in dat jaar is gestart met het online archief. Volgens het IISG zijn de foto’s nadien geleidelijk in de online catalogus opgenomen en valt niet na te gaan wanneer dit precies is gebeurd. Voorts heeft het IISG terecht aangevoerd dat eisers niet hebben aangetoond dat de foto’s reeds vóór november 2013 op de website zijn geopenbaard. Dit is immers het moment waarop eisers – zoals ook in de dagvaarding is opgenomen – de openbaarmaking hebben ontdekt en gedocumenteerd. De rechtbank overweegt hierover dat kennelijk niet (meer) valt vast te stellen vanaf wanneer de foto’s van [eiser] op de website van het IISG zijn geopenbaard. Wel staat vast dat die openbaarmaking vanaf in ieder geval november 2013 is gestaakt op 6 maart 2014.
4.2.
Door [eiser] en de [stichting] is niet gesteld dat de [stichting] enig auteursrecht op de werken van [eiser] bezit, noch dat zij ten aanzien van die rechten een licentie heeft. Enige andere grondslag voor de vorderingen van de [stichting] is evenmin gesteld, zodat de vorderingen voor zover door de [stichting] ingesteld, zullen worden afgewezen, nu zij iedere grondslag ontberen.
4.3.
Eisers hebben tevens gesteld dat de kwaliteit van de foto’s van [eiser] die op de website van het IISG zijn geopenbaard bijzonder slecht is. De
scanszijn zonder uitzondering knalblauw of okergeel en om die reden is, aldus eisers, sprake van verminking, althans aantasting of wijziging van het werk van [eiser]. Het IISG heeft in dit kader aangevoerd dat het reeds in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw de eerste foto’s heeft gescand en dat de blauwe of okergele waas over de foto’s een gevolg is van de inmiddels verouderde door het IISG gebruikte scantechniek. Door de raadsvrouw van eisers is ter comparitie desgevraagd medegedeeld dat bij de boordeling van de vorderingen de gestelde verminking van de foto’s als een verzwarende omstandigheid moet worden aangemerkt, maar dat die verminking niet in de hoogte van de schadevergoeding is meegenomen en dat het verbod op (verdere) openbaarmaking wordt gevorderd los van de gestelde verminking. Gelet hierop zal de rechtbank bij de verdere beoordeling van de vorderingen van eisers de gestelde verzwarende omstandigheid in de vorm van verminking, aantasting of wijziging van het werk buiten beschouwing laten, omdat eisers daaraan kennelijk geen juridische consequenties verbinden.
4.4.
Volgens het IISG hebben de 221 foto’s van [eiser] betrekking op politieke en sociale acties, demonstraties, vergaderingen en bijeenkomsten uit de jaren ’50, ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Het betreft zonder uitzondering gebeurtenissen die van sociaal historisch belang zijn. Voor de vervulling van de maatschappelijke en wetenschappelijke taak van een vooraanstaand instituut als het IISG is het van zeer groot belang dat de foto’s online toegankelijk zijn, aldus het IISG. Het IISG stelt zonder winstoogmerk zijn archief ter beschikking aan wetenschappers over de gehele wereld. De foto’s zijn, aldus het IISG, op de website getoond in een lage resolutie, op klein formaat, in lage kwaliteit en met volledige naams- en bronvermelding. Ook is bij elke foto een waarschuwing gegeven met betrekking tot de auteursrechtelijke bescherming alsmede een advies om voor publicatie toestemming van de auteursrechthebbende te verzoeken.
4.5.
Met het IISG is de rechtbank van oordeel dat het IISG een archief zonder winstoogmerk exploiteert in de zin van de artikelen 15h en 16n Auteurswet (Aw). Artikel 15h Aw geeft het IISG het recht foto’s uit zijn collectie te digitaliseren alsmede om die foto’s door middel van een besloten netwerk (in het eigen gebouw) ter beschikking te stellen aan individuele leden van het publiek voor onderzoek of privé-studie. Het digitaliseren en het op deze wijze ter plaatse beschikbaar stellen van de foto’s van [eiser] levert dan ook geen schending van zijn auteursrecht op en kan evenmin een aanleiding vormen voor toewijzing van een schadeclaim. De vraag die vervolgens voorligt is of het IISG de collectie ook online mag ontsluiten. Het IISG stelt zich hierbij op het standpunt dat (niet-commerciële) archieven in de huidige tijd de maatschappelijke plicht hebben (en dus ook het recht moeten hebben) hun collectie online te ontsluiten. Van wetenschappers over de hele wereld kan niet worden verwacht dat zij naar Amsterdam afreizen om de collectie van het IISG te kunnen raadplegen. Het IISG beroept zich hierbij op de informatievrijheid van artikel 10 EVRM.
4.6.
De rechtbank overweegt hierover het volgende. Het auteursrecht vormt een bij wet voorziene beperking op de informatievrijheid. Uitgangspunt is daarom dat reeds bij de totstandkoming van de Auteurswet een juist evenwicht tussen de diverse grondrechten (waaronder het recht op informatievrijheid) is verzekerd. Desalniettemin dient de rechter te onderzoeken of in een concreet geval handhaving van een intellectueel eigendomsrecht, gelet op het beginsel van proportionaliteit, afstuit op een grondrecht, indien één van partijen zich daarop beroept. Dit betekent dat in dit geval het auteursrecht van [eiser] en de informatievrijheid van het IISG twee gelijkwaardige grondrechten zijn die tegen elkaar moeten worden afgewogen, waarbij alle omstandigheden van het geval moeten worden betrokken.
4.7.
Omstandigheden die in dit geval van belang zijn, zijn volgens het IISG de volgende. Het IISG opereert niet commercieel en het online plaatsen van de foto’s van [eiser] is voor hem niet schadelijk. Integendeel, hierdoor wordt “reclame” gemaakt voor zijn werk. Het online plaatsen van de foto’s gebeurt voorts onder volledige naams- en bronvermelding. Het IISG hanteert de facto een
notice and take downbeleid, hetgeen inhield dat de foto’s van [eiser] na zijn verzoek daartoe (vrijwel) onmiddellijk offline zijn gehaald. Het IISG verhandelt de foto’s van [eiser] niet; het rekent slechts een billijke vergoeding van € 36,- (die onder de kostprijs ligt) aan individuele wetenschappers die een
scanvan een foto bestellen voor eigen studie of gebruik. Voorts is het IISG bereid een redelijke financiële tegemoetkoming te betalen aan auteursrechthebbenden voor het plaatsen van foto’s. Daartoe is het IISG voornemens een collectieve regeling te treffen met de [stichting 2]. Al met al is het IISG van mening dat het op deze wijze gebruiken van de foto’s sterke gelijkenis vertoont met het citaatrecht van artikel 15a Aw en om die reden moet worden toegestaan. Ook is het IISG van mening dat artikel 23 Aw, dat naar de letter niet van toeppassing is, in dit geval analoog zou moeten worden toegepast.
4.8.
De rechtbank is van oordeel dat, tegenover de omstandigheden die het IISG naar voren heeft gebracht, het auteursrecht van [eiser] prevaleert. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt. De algemene afweging van de belangen van archieven bij de digitalisering en de beschikbaarstelling van gedigitaliseerde exemplaren aan het publiek is voorwerp geweest van de Uniewetgever. Daartoe heeft Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (Arl), in artikel 5 lid 3 onder (n) de mogelijkheid geschapen voor de lidstaten om in hun wetgeving desgewenst een beperking op te nemen voor (voor zover hier van belang) archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven. Die beperking heeft echter uitdrukkelijk slechts betrekking op
“mededeling via speciale terminals in de gebouwen van die instelling aan individuele leden van het publiek”.
De Nederlandse wetgever heeft die beperking op het auteursrecht bij de implementatie van de Arl in artikel 15h Aw overgenomen en daarbij uiteraard aan de beperking dezelfde gelimiteerde betekenis toegekend. Dat laat onverlet dat ook dan in het individuele geval een afweging zal moeten worden gemaakt tussen de belangen van de rechthebbende en degene die zich op de informatievrijheid beroept, maar de laatst genoemde zal dan ook concrete op het individuele geval toegesneden belangen hebben aan te voeren die zodanig klemmend zijn dat zij rechtvaardigen dat de belangen van de auteursrechthebbende bij handhaving van zijn recht daaraan ondergeschikt wordt gemaakt (zie ook HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:841 r.o. 5.2.5). Zodanige op het concrete geval toegesneden belangen zijn door het IISG echter niet aangevoerd, zodat aan een afweging van die belangen niet kan worden toegekomen.
4.9.
Het vorenstaande leidt ertoe dat het IISG met het openbaar maken van de 221 foto’s inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser], zodat de vordering (2), voor recht te verklaren dat het IISG inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] toewijsbaar is.
Vordering (1), die erop ziet de reeds op 6 maart 2014 gestaakte openbaarmaking van de foto’s gestaakt te houden, is eveneens toewijsbaar. [eiser] heeft er recht op en belang bij dat aan dit verbod een dwangsom wordt verbonden ter hoogte van en met een maximum als hierna bij de beslissing wordt vermeld.
4.10.
Over de vordering tot betaling van een schadevergoeding van € 50.000,- overweegt de rechtbank het volgende. Eisers zijn bij het bepalen van dit bedrag uitgegaan van de Richtprijzen Nederlandse Vakfotografie (editie 2012). Met het IISG is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding in deze orde van grootte in geen enkele verhouding staat tot mogelijke schade die [eiser] heeft geleden. De tarieven waarop eisers zich baseren zien op “normaal gebruik” van een (enkele of een beperkter aantal) foto(‘s) op het internet. Daarvan is in dit geval geen sprake. De desbetreffende foto’s maakten onderdeel uit van ruim 70.000 foto’s die het IISG uitsluitend in het kader van zijn archief- en catalogusfunctie op zijn website toegankelijk heeft gemaakt. Het formaat van de foto’s is klein, de resolutie is laag en de kwaliteit matig of slecht (zie r.o. 4.3). Niet kan worden vastgesteld hoe lang de foto’s via de website van het IISG toegankelijk zijn geweest (zie r.o. 4.1). Bij de foto’s is de naam van [eiser] als auteur vermeld en bezoekers van de website worden erop gewezen dat [eiser] auteursrechthebbende is. Het IISG heeft aangevoerd – en dit is niet bestreden door eisers – dat slechts zeven van de 221 foto’s in totaal 49 keer zijn bekeken en dat slechts één keer een scan van een foto van [eiser] voor een bedrag van € 36,- ter beschikking is gesteld aan een medewerker van de Universiteit van Amsterdam (die overigens nadien een vergoeding voor het gebruik met [eiser] is overeengekomen).
4.11.
In het licht van het bovenstaande heeft de rechtbank eisers na comparitie in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de inhoud van de afspraken die [eiser] (blijkens hetgeen hij ter comparitie heeft aangevoerd) heeft gemaakt met het Stadsarchief Amsterdam en met het Rijksmuseum te Amsterdam. Beide instellingen zouden op grond van die afspraken – mogelijk op vergelijkbare wijze als het IISG, te weten in een archief – foto’s van [eiser] op hun websites openbaren, waardoor de rechtbank kennis zou kunnen nemen van de hoogte van een vergelijkbare (door [eiser] bedongen) vergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank zijn eisers er echter niet in geslaagd aan de hand van de afspraken met het Stadsarchief Amsterdam en het Rijksmuseum aan te tonen wat in dit geval een redelijke door het IISG te betalen vergoeding is. Het Rijksmuseum heeft in het verleden twee keer een opdracht verstrekt aan [eiser] voor het maken van foto’s ten behoeve van tentoonstellingen in dit museum, waarvoor tarieven gelden die niet met tarieven voor het IISG kunnen worden vergeleken en die bovendien niet zagen op (uitsluitend) publicatie op een website. Ook heeft het Rijksmuseum in 2006 20
vintage printsvan [eiser] gekocht voor € 500,- per foto, maar ook dit tarief zegt niets over een redelijk tarief voor publicatie op een website (met een archieffunctie). Ten aanzien van het Stadsarchief geldt dat [eiser] blijkens de overeenkomst die hij als productie 16 in het geding heeft gebracht toestemming heeft gegeven voor publicatie op de website, maar in die overeenkomst zijn hiervoor geen tarieven overeengekomen. De conclusie is dat de rechtbank niet over aanknopingspunten beschikt om de hoogte van de door [eiser] geleden schade te kunnen vaststellen, terwijl het wel op zijn weg als eiser in dit geding lag om hierover voldoende te stellen en zo nodig te bewijzen. De geldvordering zal dan ook worden afgewezen.
4.12.
De vordering het IISG te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten verbonden aan het opsporen en inventariseren van de inbreuk, begroot op € 1.280,-, zal de rechtbank afwijzen. De kosten zouden blijkens de stellingen van eisers zijn gemaakt door de zoon van [eiser], maar de [stichting] zou zich gehouden achten deze kosten te voldoen. Nu echter de vorderingen van de [stichting] onder 1 tot en met 3 (zie rechtsoverweging 3.1) worden afgewezen, treft de vordering tot veroordeling in de buitengerechtelijke kosten (van de [stichting]) hetzelfde lot.
4.13.
Aangezien [eiser] en het IISG over en weer gedeeltelijk in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd als na te melden. Hierbij geldt dat het debat tussen partijen zich voor een aanzienlijk gedeelte heeft gericht op de geldvordering. De [stichting] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten voor zover deze op de vordering van de Stichting betrekking hebben, welke kosten aan de zijde van het IISG echter zullen worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart voor recht dat het IISG inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser],
5.2.
beveelt het IISG de reeds op 6 maart 2014 gestaakte openbaarmaking van de 221 foto’s van [eiser] gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat het IISG dit bevel overtreedt, waarbij het totaal van de te verbeuren dwangsommen het (maximum)bedrag van € 50.000,- niet zal kunnen overstijgen,
5.3.
veroordeelt de [stichting] in de proceskosten voor zover deze op de vordering van de [stichting] betrekking hebben, aan de zijde van het IISG, tot op heden worden begroot op nihil,
5.4.
compenseert de proceskosten tussen [eiser] en het IISG in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.6.
verklaart de beslissing onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Kloosterhuis, mr. G.H. Marcus en mr. J. Thomas en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2015. [1]

Voetnoten

1.type: MV