ECLI:NL:RBAMS:2015:2162
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen intrekking bedrijfsparkeervergunning niet-ontvankelijk verklaard onterecht wegens verschoonbare termijnoverschrijding
Verzoekster kreeg haar bedrijfsparkeervergunning ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam omdat volgens de gemeente sprake zou zijn van één bedrijf op het adres, terwijl meerdere vergunningen waren verleend. Verzoekster maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de rechtsmiddelverwijzing in het primaire besluit niet duidelijk maakte binnen welke termijn bezwaar moest worden gemaakt. Verzoekster was niet tijdig geïnformeerd en had geen professionele rechtsbijstand bij het indienen van het bezwaar.
De rechtbank vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring en beval het college een nieuw besluit te nemen met een duidelijke motivering over de verwevenheid van de bedrijven op het adres. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het spoedeisend belang onvoldoende was onderbouwd.
De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke rechtsmiddelverwijzingen en de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de bedrijfsparkeervergunning is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het verzoek tot voorlopige voorziening is afgewezen.