Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster en een andere besloten vennootschap zijn gevestigd op hetzelfde adres en hebben elk een bedrijfsparkeervergunning. Verweerder trok de vergunning van verzoekster in omdat hij meende dat sprake was van één bedrijf, waardoor slechts één vergunning zou mogen worden verleend. Verzoekster stelde dat zij en het andere bedrijf zelfstandige entiteiten zijn met eigen administratie, personeel en inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele feit dat beide bedrijven op hetzelfde adres zijn gevestigd en enkele faciliteiten delen, zoals een gezamenlijk telefoonnummer en entree, onvoldoende is om te concluderen dat sprake is van één bedrijf in de zin van de Parkeerverordening 2013. Ook eerdere beoordeling door Stadstoezicht in 2003 waarbij geen sprake werd geacht van verweving, werd meegewogen. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat sindsdien een zodanige juridische en economische verwevenheid is ontstaan.
Hierdoor is het besluit tot intrekking van de vergunning onterecht en strijdig met de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en draagt verweerder op het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van de bedrijfsparkeervergunning wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.