Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Vrijspraak
- Op 13 februari 2013 heeft aangeefster [slachtoffer 5] aangifte gedaan van diefstal op 6 februari 2013. Aangezien de modus operandi overeenkomsten vertoonde met de ten laste gelegde diefstallen, heeft de politie contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 5]. Nadat [slachtoffer 5] aandachtig de foto’s op de website van www.politie.nl had bekeken, welke foto’s eerder waren vertoond tijdens een uitzending van het programma Opsporing Verzocht op 1 april 2014, verklaarde [slachtoffer 5] dat zij dacht dat dit de mannen waren die de enveloppe met geld uit haar woning hebben gestolen. Nu uit de stukken van het dossier duidelijk is geworden dat verdachte in de periode van 28 december 2012 tot 9 april 2013 gedetineerd was, kan verdachte dit feit niet hebben gepleegd en is dus kennelijk een ander dan verdachte betrokken geweest bij deze diefstal. Dit leidt tot de conclusie dat er kennelijk een persoon is betrokken bij dit soort diefstallen die gelijkenis vertoont met verdachte.
- Op 15 mei 2014 heeft de politie [plaats] een enveloppe van een anonieme afzender ontvangen, inhoudende onder meer de informatie: zaak 2013269268 A?DAM 2013, woonplaats [plaats], [persoon 2]. Daders [persoon 2] en [verdachte]. De rechtbank stelt vast dat het nummer 2013269268 het proces-verbaal nummer is van de aangifte van [slachtoffer 1] (feit 1). Na onderzoek via de wijkagent te [plaats] kwam op de vraag of hij wist wie er (onder meer) bedoeld zou kunnen worden met [verdachte] van het [woonwagenkamp B] te [plaats] als reactie: [verdachte] of [persoon 3]. De rechtbank stelt vast dat geen nader onderzoek is verricht naar de persoon [persoon 3] en dat derhalve niet kan worden uitgesloten dat voornoemde [persoon 3] als dader betrokken is geweest bij de diefstallen;
- Voorts is nagelaten de slachtoffers te confronteren met (een foto van) verdachte, al dan niet door middel van een meervoudige (foto)confrontatie. Aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] hebben slechts de mannen op de beelden herkend als de mannen die ook bij hun thuis zijn geweest. Zij hebben niet één van beide mannen geïdentificeerd als verdachte.
- Evenmin is er enig ander onderzoek verricht zoals bijvoorbeeld forensisch beeldonderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut. Dergelijk onderzoek zou meer aanwijzingen kunnen opleveren of de persoon op de beelden wel of niet verdachte is.