Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert Blueward Shipping Company Ltd een verbod tegen Greenpeace en aanverwante stichtingen om acties te staken die de olietanker Mikhail Ulyanov zouden kunnen hinderen bij haar aankomst en lossing in de Rotterdamse haven. Greenpeace kondigde een demonstratie aan tegen de aflevering van Noordpoololie door deze tanker, naar aanleiding van eerdere acties op 1 mei 2014 waarbij al aanzienlijke aandacht werd gegenereerd en publieke middelen werden ingezet.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het recht op betoging van Greenpeace niet onbeperkt is en moet worden afgewogen tegen de rechtmatige ondernemersbelangen van Blueward. Gezien de eerdere actie en de daarmee gepaard gaande schade en inzet van publieke middelen, wordt een herhaalde actie als disproportioneel beschouwd. Het belang van Blueward bij voorafgaande duidelijkheid en het voorkomen van hinder weegt zwaarder dan het belang van Greenpeace bij een verrassingsactie.
De rechter verbiedt Greenpeace Nederland, Iris en Phoenix om de tanker te bekladden, beschadigen, belemmeren of hinderen gedurende vier weken, met een dwangsom bij overtreding. Greenpeace behoudt het recht om op andere wijze actie te voeren. De vordering tegen Greenpeace Council wordt afgewezen wegens haar adviserende rol. Proceskosten worden grotendeels aan Greenpeace opgelegd.
Uitkomst: Greenpeace wordt verboden de olietanker te hinderen bij aankomst en lossing in de Rotterdamse haven gedurende vier weken met een dwangsom bij overtreding.