Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
geschiedt deze verrekening op dezelfde wijze als voor de verdeling van een nalatenschap is voorgeschreven.
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. Na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding is de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden aan de orde, met name de verdeling van de waarde van de woning, hypothecaire leningen, levensverzekeringen, schulden en vorderingen.
De rechtbank oordeelt dat een onderhandse overeenkomst uit 2009 die afwijkt van de notariële huwelijkse voorwaarden niet geldig is omdat deze niet notarieel is vastgelegd. De woning is eigendom van de vrouw, maar de overwaarde minus hypothecaire leningen dient volgens de huwelijkse voorwaarden bij helfte te worden verdeeld. De vrouw moet daarom de man €38.115,94 betalen. De hypothecaire leningen zijn voor rekening van de vrouw, met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid in de onderlinge verhouding.
Verder worden de levensverzekeringen, schulden aan derden en vorderingen, waaronder een lening van de vrouw aan de man en een schadevergoeding aan de vrouw, beoordeeld en toegerekend volgens de huwelijkse voorwaarden en de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank wijst diverse vorderingen af wegens onvoldoende bewijs of omdat deze buiten de verrekening vallen. Uiteindelijk wordt bepaald dat de vrouw aan de man €44.705,80 moet voldoen, en dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De vrouw moet €44.705,80 aan de man betalen en hypothecaire leningen zijn voor haar rekening, met een finale verrekening conform huwelijkse voorwaarden.