ECLI:NL:RBAMS:2014:5720
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van objectieve vrees voor partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de meervoudige strafkamer die zijn strafzaak behandelden, vanwege vermeende subjectieve en objectieve partijdigheid. Het verzoek betrof onder meer het afwijzen van getuigenverzoeken en het vooraf bekijken van camerabeelden zonder aanwezigheid van verzoeker.
De rechtbank onderzocht de procedure en de gronden van het wrakingsverzoek, waaronder het niet vooraf kunnen bekijken van camerabeelden door verzoeker en zijn raadsvrouw, en het direct beslissen op het bezwaarschrift tegen de dagvaarding. De rechters verklaarden geen vooringenomenheid en lichtten toe dat het verzoek tot het bekijken van beelden laat was ingediend en dat verzoeker meerdere keren de gelegenheid had gehad een verklaring af te leggen.
De officier van justitie ondersteunde de rechters en stelde dat het wrakingsverzoek onvoldoende gemotiveerd was en dat verzoeker appel moest instellen bij onenigheid. De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek niet bedoeld is om onwelgevallige rechterlijke beslissingen aan te vechten en dat zelfs als beslissingen discutabel zijn, dit geen bewijs is van partijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat de beslissingen begrijpelijk zijn en geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve vrees voor partijdigheid.