ECLI:NL:RBAMS:2014:5692
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzieningenrechter wegens vermeende betrokkenheid bij Treiteraanpak
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, stellende dat deze rechter mogelijk betrokken was bij het convenant 'De Treiteraanpak: intimidatie in de woonomgeving'. Dit vermoeden baseerden zij op een interne brief van de voorzitter van het gerechtsbestuur en een conceptagenda van een stuurgroepvergadering waarbij iemand namens de rechtbank aanwezig was.
De voorzieningenrechter ontkende elke betrokkenheid bij de Treiteraanpak en de rechtbank stelde vast dat er geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid bestond. De brief van de voorzitter maakte duidelijk dat de rechtbank niet deelnam aan besluitvorming binnen de stuurgroep en dat de aanwezigheid van een functionaris niet gelijkstaat aan betrokkenheid van de rechter.
De rechtbank concludeerde dat het subjectieve vermoeden van verzoekers niet werd ondersteund door feiten of aanwijzingen en dat de rechter onpartijdig moest worden vermoed. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.