De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 augustus 2014 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regional Court in Gorzow Wielkopolski II Penal Division (Polen). De verdachte werd verdacht van diefstal met bedreiging en het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een resterende vrijheidsstraf van ruim twee jaar.
Tijdens de zitting werd de identiteit van de verdachte vastgesteld en verklaarde hij aanwezig te zijn geweest bij de behandeling van zijn zaak in Polen, waardoor de rechtbank aannam dat sprake was van een procedure op tegenspraak. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat het feit waarvoor overlevering werd verzocht ook in Nederland strafbaar is, met een vergelijkbare strafmaat.
Gezien het ontbreken van weigeringsgronden en de naleving van de voorwaarden van de Overleveringswet, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.