Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
23 mei 2014.
Rechtbank Amsterdam
ABN AMRO Lease (AAL) had een stil pandrecht op houtbewerkingsmachines geleased aan KASH Holding B.V., dat failliet werd verklaard. Na verkoop van de machines ontstond een geschil over de toewijzing van de netto-opbrengst van € 45.000. AAL vorderde conservatoir beslag op de boedelrekening van het faillissement van KASH en Jadi B.V. om haar vordering veilig te stellen.
De curator had op grond van artikel 57 lid 3 Faillissementswet Pro de machines opeisbaar gesteld ten behoeve van de fiscus, die een bevoorrechte vordering had. AAL betoogde dat de curator niet tot opeising mocht overgaan omdat geen uitkering aan de fiscus mogelijk was en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de curator volgens de gangbare en door de Hoge Raad geaccepteerde praktijk eerst het actief mag realiseren en tot opeising mag overgaan, ook als op dat moment niet vaststaat of de fiscus een uitkering zal ontvangen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot definitief verlof af, mede omdat AAL geen hoger beroep had ingesteld tegen de opheffing van het faillissement, waardoor de boedelrekening conform het financieel eindverslag zal worden uitgekeerd. Het conservatoir beslag op de boedelrekening werd daarom niet definitief verleend en het voorlopig verleende verlof kwam te vervallen. AAL werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot conservatoir beslag op de boedelrekening werd afgewezen en het voorlopig verleende verlof kwam te vervallen.