ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ8225
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van Justitie niet-ontvankelijk na buitengerechtelijke afdoening in ambtenarencorruptiezaak
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van valsheid in geschrifte en het vragen van beloftes en diensten als ambtenaar bij Bouw- en Woningtoezicht van het Stadsdeel Oud-Zuid. Het betrof onder meer het valselijk opmaken van een dossier volgformulier splitsingsaanvraag en het vragen van diensten aan vertegenwoordigers van een vastgoedbedrijf, met het oog op het verkrijgen van voorkeursbehandeling bij vergunningverlening.
De tenlasteleggingen betroffen gedragingen in de periode van september 2006 tot april 2007, waarbij verdachte onder meer zou hebben aangegeven dat documenten klopten terwijl dit niet het geval was en zou hebben gehandeld in strijd met zijn ambtelijke plichten.
Tijdens de procedure werd door zowel de officier van justitie als de verdediging erkend dat er een buitengerechtelijke afdoening (transactie) was overeengekomen tussen verdachte en het Openbaar Ministerie. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 18 maart 2013, waarbij mr. W.F. Korthals Altes voorzitter was, met de rechters A.E.J.M. Gielen en V. Zuiderbaan.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens een overeengekomen buitengerechtelijke afdoening met verdachte.