ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5689
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken rechtmatig verblijf als zelfstandige
Eiseres, een Bulgaarse onderdaan, vroeg bijstand aan op grond van de WWB. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres volgens de rechtbank geen rechtmatig verblijf had als zelfstandige in Nederland.
De rechtbank overwoog dat eiseres als medevennoot in een v.o.f. geen reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte en dat zij onvoldoende bewijs leverde dat zij in haar eenmanszaak substantieel werkte. Hierdoor kon zij geen verblijfsrecht ontlenen aan artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van Richtlijn 2004/38/EG.
Hoewel eiseres aanvankelijk rechtmatig verbleef als economisch niet-actieve, eindigde dit verblijfsrecht toen zij niet langer over voldoende bestaansmiddelen beschikte na huiselijk geweld. Haar beroep op het EVRM artikel 8 werd Pro eveneens verworpen. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen rechtmatig verblijf had en dus niet in aanmerking kwam voor bijstand, en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres geen rechtmatig verblijf als zelfstandige kon aantonen en daardoor geen recht op bijstand had.