ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0929
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid College voor Zorgverzekeringen bij vergoeding medische kosten tijdelijk verblijf EU
Eisers, wonende in Duitsland en Spanje, maakten aanspraak op vergoeding van medische kosten die zij tijdens tijdelijk verblijf in Oostenrijk en Spanje maakten. Verweerder, het College voor Zorgverzekeringen, wees deze vergoedingen af op grond van het ontbreken van een wettelijke bevoegdheid en het feit dat het om kosten bij zorg in het buitenland ging.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of verweerder als niet-verstrekkingen verlenend orgaan bevoegd was de besluiten te nemen. Op basis van Europese Verordeningen 883/2004 en 987/2009 en nationale regelgeving concludeerde de rechtbank dat verweerder niet als bevoegd orgaan kan worden aangemerkt voor het verstrekken van zorgverstrekkingen. De wettelijke aanwijzing betreft slechts registratie en heffing van bijdragen, niet het vergoeden van zorgkosten.
Verweerder kon ook niet aantonen dat hij de meest gerede partij was, noch dat hij een eigen oordeel had gegeven over de aanspraken. De rechtbank wees ook het beroep van verweerder op een arrest van het Hof van Justitie af, omdat dit niet van toepassing was op de situatie van eisers.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en herroept de primaire besluiten wegens onbevoegdheid van verweerder. Eisers kunnen zich wenden tot andere bevoegde instanties zoals Agis of het bevoegde orgaan in hun woonland. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens onbevoegdheid van verweerder en herroept de primaire besluiten.