Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Ter zitting waren aanwezig:
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie
816,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over een interne verbouwing van een pand waarbij een berging op de zolderverdieping verplaatst moet worden. De huurder weigert medewerking aan de verplaatsing van haar berging, terwijl de verhuurder dit vordert op grond van de huurovereenkomst en goed huurderschap.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de relevante huurovereenkomst (artikel 11 lid Pro 4) niet verplicht tot medewerking aan verbouwingen die geen reparaties betreffen. Wel is de huurder op grond van goed huurderschap gehouden mee te werken aan de verplaatsing van de berging, omdat deze verplaatsing geen zwaarwegende nadelige gevolgen voor haar heeft en noodzakelijk is voor een interne trap die de verhuurder een hogere huur oplevert.
De primaire vordering van de huurder wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De reconventionele vorderingen van de verhuurder worden toegewezen, waarbij de huurder wordt veroordeeld de berging uiterlijk 5 januari 2014 te ontruimen en medewerking te verlenen aan de verplaatsing, met een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en medewerking aan verplaatsing van berging met oplegging van dwangsom.