ECLI:NL:RBAMS:2013:8901

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 december 2013
Publicatiedatum
23 december 2013
Zaaknummer
C/13/555350 / KG ZA 13-1484 MW/MV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 2 Veilingreglement FlorahollandArt. 8 onderhandelingsprotocol 2010
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verbod tariefswijziging Floraholland per 1 januari 2014 in kort geding

In een kort geding vorderden eisers, bestaande uit een besloten vennootschap en 31 andere partijen, dat Floraholland de aangekondigde tariefswijziging per 1 januari 2014 niet zou doorvoeren totdat in een bodemprocedure een oordeel was gegeven over de besluitvorming.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de bodemrechter de tariefswijziging zou vernietigen, mede omdat Floraholland en de VGB afspraken hadden gemaakt over harmonisatie van tarieven en Floraholland zich hieraan had gehouden. De tariefswijziging werd als redelijk beoordeeld, ook gezien de aankondigingstermijn en het aantal handelaren dat mogelijk gedupeerd zou raken.

Het verzoek om een uitzondering te maken zodat voor eisers de oude tarieven zouden blijven gelden, werd afgewezen omdat dit zou leiden tot het gelijktijdig moeten hanteren van twee softwaresystemen, wat het belang van Floraholland schaadt.

Eisers werden veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.405,00. Dit vonnis is een kop/staart vonnis; de uitgebreide motivering is gepubliceerd onder een ander nummer.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verbod op de tariefswijziging af en veroordeelt eisers in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/555350 / KG ZA 13-1484 MW/MV
Vonnis in kort geding van 23 december 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser]
gevestigd te [vestigingsplaats],
en 31 andere eisers zoals opgenomen in de aan dit vonnis gehechte dagvaarding,
eisers bij dagvaarding van 11 december 2013,
advocaat mr. A.W. Brantjes te Amsterdam,
tegen
de coöperatie
KONINKLIJKE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A.,
gevestigd te Aalsmeer,
gedaagde,
advocaat mr. G. van der Wal te Den Haag.
Gedaagde zal hierna ook Floraholland worden genoemd.

1.De procedure

Ter terechtzitting van 19 december 2013 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Floraholland heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting waren aanwezig:
Aan de zijde van eisers: [naam 1], [naam 2] en [naam 3] met
mr. Brantjes en met mrs. T.H. Geukes Foppen en S. Visser, beiden advocaat te Amsterdam.
Aan de zijde van Floraholland: [naam 4] met mr. Van der Wal en met
mr. P.D. van der Eijk, advocaat te Rotterdam.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is heden de beslissing gegeven.
De uitwerking hiervan zal volgen op 16 januari 2014.

2.De feiten

De feiten volgen in de uitwerking van dit vonnis.

3.Het geschil

3.1.
Eisers vorderen Floraholland te verbieden de aangekondigde wijziging van de kloktarieven voor het jaar 2014 in te voeren totdat in de bodemprocedure (met zaaknummer C/13/546798) een oordeel is gegeven over de besluitvorming daaromrent en totdat dat vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, op straffe van dwangsommen en met veroordeling van Floraholland in de kosten van dit geding en in de nakosten.
3.2.
Op de stellingen van partijen wordt in de uitwerking van dit vonnis, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In de uitwerking van het vonnis zal in ieder geval het volgende worden opgenomen:
Primair beroepen eisers zich erop dat het handelen van Floraholland in strijd is met artikel 26 lid 2 van Pro het Veilingreglement van Floraholland. De uitleg die eisers aan dit artikel geven komt erop neer dat de rechter in de bodemprocedure de tariefswijziging van Floraholland hoe dan ook zal vernietigen omdat VGB/Commissie van de Handel (hierna VGB) aan die tariefswijziging haar goedkeuring niet heeft verleend. Eisers worden hierin voorshands niet gevolgd. Indien de goedkeuring van VGB ontbreekt, kan krachtens artikel 26 lid 2 van Pro het Veilingreglement een vernietigingsvordering worden ingesteld bij de bevoegde rechter te Amsterdam. Voorshands zal de bodemrechter bij zijn toetsing van artikel 26 lid 2 van Pro het Veilingreglement niet enkel hebben te beoordelen of VGB haar goedkeuring aan de tariefswijziging heeft verleend. Dat zou immers betekenen dat zonder die goedkeuring een tariefswijziging niet mogelijk is. Het is niet aannemelijk dat dit in het reglement is bedoeld. De bodemrechter zal het reglement moeten uitleggen. Het is aannemelijk dat de bodemrechter artikel 26 lid 2 van Pro het Veilingreglement zo zal uitleggen dat de rechter de tariefswijziging moet vernietigen indien Floraholland in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit om de tarieven te wijzigen. Op grond van de thans bekende feiten en omstandigheden is dan niet aannemelijk dat de bodemrechter de vernietiging van de tariefswijziging zal uitspreken. Het handelen van Floraholland zal door de rechter onder meer worden getoetst aan artikel 8 van Pro het onderhandelingsprotocol 2010: Floraholland moet tot het uiterste gaan om het eenzijdig vaststellen van (primaire) tarieven te voorkomen. In dit geval hebben Floraholland en VGB op 20 december 2012 afspraken gemaakt over uitgangspunten met betrekking tot de door eenieder gewenste harmonisatie van tarieven. Gesteld noch gebleken is dat Floraholland zich niet aan deze afspraken heeft gehouden. Het feit dat het niet mogelijk bleek om binnen de afspraken tot een tariefswijziging te komen die voor geen van de handelaren een substantiële kostenverhoging met zich mee zou brengen, maakt de tariefswijziging niet onredelijk. Aannemelijk is dat de meeste handelaren de tariefswijziging kunnen opvangen, eventueel door hun bedrijfsvoering aan te passen, waarbij van belang is dat de tariefswijziging al geruime tijd geleden door Floraholland is aangekondigd. Mochten er toch handelaren zijn die buiten hun eigen toedoen ernstig gedupeerd raken door de wijziging, dan is niet aannemelijk geworden dat het om meer dan een enkeling gaat. Gelet op het totale aantal van ongeveer duizend handelaren, is dat onvermijdelijk en niet onacceptabel. De conclusie is dan ook dat het onvoldoende aannemelijk is dat de tariefswijziging in de bodemprocedure zal worden vernietigd.
Eisers vorderen dat voor hen een uitzondering wordt gemaakt met ingang van
1 januari 2014, in die zin dat voorlopig alleen voor hen de oude tarieven blijven gelden. Toewijzing van de vordering van eisers zou betekenen dat Floraholland met twee softwaretariefsystemen moet gaan werken per 1 januari 2014: het nieuwe systeem en het oude systeem. Nu voldoende aannemelijk wordt geacht dat de vordering van eisers in de bodemprocedure niet zal slagen, weegt het belang van Floraholland om per 1 januari 2014 één nieuw softwaresysteem te kunnen gaan gebruiken, zwaarder dan het belang van eisers dat de wijziging per 1 januari 2014 voor hen nog geen doorgang vindt. Daarom zal de vordering worden afgewezen.
4.2.
Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Floraholland worden begroot op:
- griffierecht €  589,00
- salaris advocaat
816,00
Totaal €  1.405,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van Floraholland tot op heden begroot op € 1.405,00,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2013. [1]

Voetnoten

1.type: MV