ECLI:NL:RBAMS:2013:7810
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en witwassen in prostitutiesituatie
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mensenhandel en medeplegen van witwassen in de periode van december 2011 tot juli 2012. Verdachte zou zijn vrouw, werkzaam als prostituee, hebben uitgebuit en financieel hebben geprofiteerd van haar werkzaamheden. Zowel verdachte als zijn vrouw ontkenden de aantijgingen.
De rechtbank oordeelde dat de enkele aanmoediging van de vrouw door verdachte niet volstaat als dwangmiddel zoals bedoeld in artikel 273f Sr. Het dossier bevatte voornamelijk getapte telefoongesprekken waarvan de inhoud, gelet op hun huwelijk, ook anders kon worden uitgelegd. Er was geen bewijs van dwang, uitbuiting of het gebruik van middelen die de persoonlijke vrijheid van de vrouw beperkten.
Ook het vermeende voordeel trekken uit de prostitutiewerkzaamheden kon niet worden bewezen, omdat geen dwangmiddelen waren aangetoond. De rechtbank verklaarde de tenlastelegging voor zover deze betrekking had op andere vrouwen nietig wegens onvoldoende specificatie. Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel en witwassen wegens onvoldoende bewijs van dwang en uitbuiting.