Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
AFDELING PRIVAATRECHT TEAMS KANTON
113
1.[gedaagde]wonende te [woonplaats]nader te noemen: [gedaagde]
2.de besloten vennootschap IERTREX B.V.
nader te noemen: Iertrex
- de dagvaarding van 31 juli 2012 inhoudende de vorderingen van [bedrijfsnaam]
- de conclusies van antwoord van [gedaagde] en Iertrex met bewijsstukken.
[naam 2], Iertrex door de heer [naam 3]. Vervolgens zijn nog ingediend:
- de conclusie van repliek van [bedrijfsnaam] met bewijsstukken
- de conclusie van dupliek van [gedaagde] en Iertrex met bewijsstukken
- de akte waarin [bedrijfsnaam] reageert op die laatste bewijsstukken.
€ 450.000,00. In het kader van deze overeenkomst is voorts afgesproken dat [gedaagde] per 1 juli 2005 in dienst van [bedrijfsnaam] trad, waarvoor hij een retentiebonus van € 75.000,00 ontving.
3 januari 2012 was hij statutair bestuurder van [bedrijfsnaam].
13.2: Without prejudice to any other provision of this Agreement, the Managing Director will not without the prior written consent of the Company and or/its authorised bodies directly or indirectly at any time within the Restricted Period carry on, be engaged in, be involved in or have any other interest (except as the holder of securities traded on a recognised stock exchange which do not exceed five per cent in nominal value of the securities of that class) in any business which is carried on in the European Union and which is in the same field or in a similar field as the Business.13.10.1: “Business”means the business activities carried on by the Company or any Group Company, being in the field of national and international temperature controlled transport in Europe.13.10.3:“Restricted Period”means the period of this Agreement and of 12 months following the date of termination of this Agreement.15.1: If the Managing Director does not fulfill his obligations pursuant to the articles in 11, 12 and 13, he will, notwithstanding Article 7:650 paragraph 3, 4, and 5 of the Dutch Civil Code, forfeit a penalty to the Company for each violation, without notice of default being required, to the amount of EUR 25.000.=, as well as a penalty equal to EUR 2,500.= for every day that he does not fulfil, without prejudice to the right of The Company to, instead of the penalty, claim full compensation and – in as far as applicable – without prejudice to the entitlement of the Company to (exclusively or partially) terminate this agreement (whether or not with immediate effect) on the basis of such violation or non-performance.
exploitatie van een onderneming op het gebied van expeditie en logistieke planning voor met name, doch niet uitsluitend, transporten van en- naar Ierland.Volgens de website van Iertrex en haar introductiebrief houdt Iertrex zich bezig met het transport van bloemen, planten en andere goederen van en naar Ierland.
Gedurende de besprekingen die we de afgelopen weken hebben gehad, heb je mij bevestigd dat je niet voornemens bent om een eigen transport/expeditiebedrijf op te zetten of werkzaam te (gaan) zijn bij of voor een dergelijke organisatie. Voor de volledigheid wil ik je wijzen op onze contractuele afspraken hierover in het door jou op 30 juni 2005 getekende arbeidscontract, artikelen 3, 11, 12 en 13.
I. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [bedrijfsnaam] van € 545.000,00 aan verbeurde boetes dan wel een in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2012 alsmede tot nakoming van het concurrentiebeding tot 1 februari 2013 op straffe van een dwangsom van € 250.000,00 per overtreding met een maximum van € 2.500.000,00;
II. Iertrex te verbieden om tot 1 februari 2013 gebruik te maken van de diensten van [gedaagde] op straffe van een dwangsom van € 250.000,00 per overtreding met een maximum van € 2.500.000,00 alsmede Iertrex te veroordelen tot betaling aan [bedrijfsnaam] van € 775.000,00 dan wel een in goede justitie vast te stellen bedrag ter zake van schadevergoeding wegens gederfde winst en overige kosten;
III. [gedaagde] en Iertrex te veroordelen tot betaling van de in het petitum genoemde bedragen ter zake van kosten ex art. 6:96 lid 2 sub b BW Pro en art. 706 Rv Pro,
kosten rechtens.
1 februari 2013.
€ 150.000,00. Zij stelt voorts dat ervan uitgegaan moet worden dat de vertrokken klanten niet meer terugkomen, zodat de winstderving over een periode van 5 jaar € 750.000,00 bedraagt. Tijdens de comparitie heeft [naam 3] verklaard dat Iertrex ongeveer 25-30 van de in totaal 45-50 klanten in de handel op Ierland heeft overgenomen. [bedrijfsnaam] heeft met man en macht geprobeerd om die handel te behouden, onder meer door met de belangrijkste klanten te spreken en hen betere voorwaarden in het vooruitzicht te stellen en door personeel anders in te zetten. Dat is tevergeefs gebleken. Iertrex zou op grond van de omkeringregel aannemelijk moeten maken dat de schade van [bedrijfsnaam] ook zou zijn ontstaan zonder haar gedragingen en die van [gedaagde].
De overtreding van het concurrentiebeding door [gedaagde].Over de gestelde overtreding van het concurrentiebeding door [gedaagde] wordt als volgt geoordeeld. Uitgangspunt is dat [bedrijfsnaam], die zich op de rechtsgevolgen van de schending van de contractuele verplichtingen van [gedaagde] beroept, haar stellingen dient te onderbouwen en bij genoegzame betwisting moet bewijzen. Bij de invulling van dat uitgangspunt moet echter rekening worden gehouden met de bewijspositie van partijen. Het is in de regel niet eenvoudig om aan te tonen dat een ex-werknemer een concurrentiebeding heeft overtreden als hij niet in dienst van een derde is getreden of zichtbaar als participant aan een onderneming is verbonden. Dat brengt met zich mee dat op [gedaagde] en Iertrex een verzwaarde plicht rust om hun verweren te onderbouwen.
- In de eerste plaats is niet aannemelijk dat [gedaagde] eind december 2011 geen wetenschap had van de plannen van de latere vennoten om Iertrex op te richten. Met [naam 6] woonde hij samen; met alle vennoten heeft hij lange jaren intensief samengewerkt bij de op Ierland gerichte activiteiten van [bedrijfsnaam]. Volgens hun eigen verweren leefde bij allen sinds de fusie van eind 2010 onvrede over de koers van [bedrijfsnaam]. Dat zij onderling niet over mogelijke alternatieven hebben gesproken is niet aannemelijk. [gedaagde] voert aan dat het plan om Iertrex op te richten pas bij de vennoten is ontstaan na zijn opzegging. Dat is zonder, ontbrekende, toelichting niet begrijpelijk: de vennoten hebben immers gelijktijdig met hem opgezegd. Zij zouden dat dan hebben gedaan zonder uitzicht op een oplossing voor hun verlies van inkomen en zouden binnen enkele dagen hebben besloten om zelf een onderneming te starten. Die start zouden zij dan eveneens binnen enkele dagen hebben gerealiseerd, gelet op de inschrijving van Iertrex op 5 januari 2012 en de oprichting kort nadien. Bovendien is onweersproken dat [naam 6] in de periode rondom de opzegging (veel) e-mails met betrekking tot de activiteiten van [bedrijfsnaam] naar haar huisadres heeft doorgezonden.
- In de tweede plaats heeft [bedrijfsnaam] onbetwist gesteld dat [gedaagde] in het verleden bij [bedrijfsnaam] steeds de leidinggevende en acquirerende werkzaamheden uitvoerde en een belangrijk netwerk had, terwijl de vennoten van Iertrex de uitvoerende activiteiten tot taak hadden.
- In de derde plaats heeft [gedaagde] volstrekt niet aannemelijk gemaakt dat hij zich niet kon vinden in de plannen van de latere vennoten. Als dat werkelijk het geval was geweest, had het op zijn weg gelegen om dat in het gesprek op of rondom 4 januari 2012 met [naam 1] te melden. De vennoten van Iertrex had hij daarmee niet geschaad, omdat zij niet aan een concurrentiebeding gebonden waren. Aan [bedrijfsnaam] had hij op dat moment juist duidelijk kunnen maken dat hij buiten de uitvoering van die plannen wilde blijven, maar dat heeft hij nagelaten.
- In de vierde plaats heeft Iertrex erkend dat [gedaagde] na enkele maanden hand- en spandiensten voor Iertrex is gaan verrichten. Dat hij dat uit verveling deed, is onvoldoende relevant: niet zijn motief is van belang, maar het feit dat het contractuele verbod is overtreden.
- In de vijfde plaats blijkt uit de rapportage van [bedrijf 1] voldoende dat [gedaagde] meer dan enkele diensten heeft verleend. [bedrijf 1] heeft [gedaagde] met enige regelmaat in en om het bedrijfspand van Iertrex gezien. Dat vond onder meer plaats aan het reguliere begin van een werkdag: waargenomen werd dat [gedaagde] en [naam 6] ’s ochtends vanuit hun huisadres samen naar het pand van Iertrex vertrokken. Ook is gezien dat ieder in een eigen auto bestuurde, waarbij [naam 6] niet in de – kennelijk door [gedaagde] bedoelde gezamenlijk gebruikte - Peugeot reed. Vast staat dat een medewerker van [bedrijf 1] op 3 mei 2012 in contact werd gebracht met [gedaagde], die in het kader van acquisitie zijn eigen naam op een visitekaartje van Iertrex schreef, niet die van [naam 3]. In de mailcontacten nadien is [bedrijf 1] niet verwezen naar een ander dan [gedaagde]. De juistheid van die waarnemingen hebben [gedaagde] en Iertrex niet betwist; wel trekken zij daaruit andere conclusies.
- In de zesde plaats staat vast dat [gedaagde] op 4 april 2012 in Ierland ten behoeve van Iertrex een schade van een (directe of indirecte) relatie van Iertrex contant heeft betaald.
Eerste uitgangspunt is dat aan de voorwaarde voor de opeisbaarheid van de boetes is voldaan, nu er sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde]. Tweede uitgangspunt is dat [bedrijfsnaam] niet behoeft aan te tonen dat zij schade heeft geleden en zelfs is niet nodig dat zij feitelijk schade heeft opgelopen. Derde uitgangspunt is dat de rechter verbeurde boetes op de voet van art. 6:91 BW Pro e.v. kan matigen, maar dat het aan [gedaagde] is om omstandigheden aan te voeren waaruit voortvloeit dat onverkorte toepassing van de boetebedingen leidt tot een buitensporig resultaat.
De wanprestatie van Iertrex.In het bovenstaande is geoordeeld dat [gedaagde] een vergaande betrokkenheid bij Iertrex heeft gehad, waarmee hij het concurrentiebeding met [bedrijfsnaam] heeft geschonden. Iertrex heeft onvoldoende aangevoerd om te kunnen aannemen dat [gedaagde] geen leidinggevende rol had en slechts incidenteel voor haar werkte. Haar enquête was er niet op gericht om daarop antwoorden te krijgen en bovendien heeft [bedrijfsnaam] gemotiveerd gesteld dat [gedaagde] “onder de radar” heeft willen vliegen. Daaruit vloeit voort dat Iertrex heeft geprofiteerd van de wanprestatie van [gedaagde].
a. welke omzetten heeft [bedrijfsnaam] behaald in 2010, 2011, 2012 en de eerste helft van 2013?
b. welke winst- of verliesmarges werden gerealiseerd?
c. indien in 2012 lagere omzetten werden behaald: is er een verband met de oprichting van Iertrex? Is dat toe te lichten op basis van de aantallen klanten en de ter zake behaalde omzetten van [bedrijfsnaam] die naar Iertrex zijn overgestapt?
d. indien [bedrijfsnaam] in 2012 lagere omzetten behaalde en er een verband bestond met de oprichting van Iertrex: welke schade heeft [bedrijfsnaam] ter zake geleden?
e. indien [bedrijfsnaam] schade heeft geleden: is voorspelbaar dat die schade gedurende 5 jaar na 2012 doorwerkt? Zo ja, in welke mate?
- € 256.250,00 ter zake van verbeurde boetes:
- de wettelijke rente over de respectievelijk verbeurde boetes vanaf 5 januari 2012 tot aan de dag der voldoening;