ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8902
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. van Eijk
- P.B. Martens
- H.J. Bunjes
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in DNA-databank ongegrond verklaard
Veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel en opname daarvan in de DNA-databank, na een veroordeling wegens valsheid in geschrift. Zijn raadsvrouw voerde aan dat DNA-onderzoek bij dit misdrijf geen betekenis kan hebben en dat de officier van justitie niet voortvarend handelde bij het bevel tot afname.
De officier van justitie stelde dat de wetgever een ruime toepassing van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden beoogt, waarbij slechts beperkte uitzonderingen gelden. De rechtbank hanteerde het toetsingskader van de Hoge Raad en concludeerde dat het misdrijf valt onder de categorie waarvoor DNA-afname verplicht is. Bovendien kan DNA-onderzoek in dit geval bijdragen aan de opsporing, bijvoorbeeld door vast te stellen of iemand daadwerkelijk op een opgegeven adres woont.
De rechtbank verwierp het verweer dat het bevel te laat was gegeven, aangezien acht maanden na het vonnis niet onredelijk is. Ook de stelling dat veroordeelde geen recidivegevaar vormt, is volgens de rechtbank geen grond voor uitzondering. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en bevestigde zij het bevel tot DNA-afname en verwerking.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bevel tot DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.